1. De bevoegdheid van de minister tot het nemen van besluiten als bedoeld in de
artikelen 149, tweede lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994en
49, derde lid, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeerwordt gemandateerd aan:
a. het hoofd van de Divisie Vorderingen van het CBR, en
b. de Chef Sector juridisch van de Divisie vorderingen van het CBR.
2. De in het eerste lid genoemde functionarissen worden tevens gemachtigd tot het verrichten van andere handelingen als bedoeld in de in het eerste lid genoemde artikelen, met uitzondering van het vaststellen van ministeriële regelingen.