Artikel 1 In aanvulling op artikel 1, tweede lid, van de Visserijwet 1963wordt in dit besluit mede verstaan onder vis: vissen (Pisces) van de niet door Onze Minister aangewezen soorten.
Artikel 2 Het is verboden bij het vissen in de wateren, bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c en d, van de Visserijwet 1963, levende vissen, amfibieën, reptielen, vogels of zoogdieren als aas te gebruiken.
Artikel 3 Indien het bij geleidende brief van 4 december 1997 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Visserijwet 1963, kamerstukken II 1997/98, 25 795, nr. 2, tot wet wordt verheven en in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking als artikel I, onderdeel C, van de wet.