De besluiten inzake belastingverordeningen van provincies, gemeenten en waterschappen als bedoeld in de
artikelen 220 van de Provinciewet, 216 van de
Gemeenteweten 110 van de
Waterschapswet, die algemeen verbindende voorschriften bevatten waarvan de inhoud in strijd is met deze wet, moeten uiterlijk per 1 januari van het tweede jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet daarmee in overeenstemming zijn gebracht of ingetrokken. In afwijking van de eerste volzin moeten besluiten als bedoeld in de
artikelen 232e van de Provinciewet, 255 van de
Gemeenteweten 144 van de
Waterschapswet, waarin regels zijn opgenomen die afwijken van de door Onze Minister van Financiën krachtens
artikel 26 van de Invorderingswet 1990gestelde regels, uiterlijk per 1 januari van het eerste jaar na de datum van inwerkingtreding van deze wet daarmee in overeenstemming zijn gebracht of ingetrokken. De besluiten, of onderdelen daarvan, die op de in de eerste en tweede volzin genoemde tijdstippen niet met deze wet in overeenstemming zijn gebracht of zijn ingetrokken, zijn van rechtswege vervallen.