De Commissie heeft tot taak:
a. de huidige wijze van financiële ondersteuning van de Nederlandse Antillen door Nederland te analyseren en te evalueren en daarover te adviseren;
b. het beschrijven en op hun mogelijkheden en wenselijkheid onderzoeken van financieringsmodaliteiten voor gebruik op middellange en lange termijn, en daarbij onder meer aandacht te geven aan: het vormen van ontwikkelingsfondsen voor de Landsregering en de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen, gekoppeld aan hun begrotingen en (mede) gevoed uit Nederlandse financieringsmiddelen;
het opzetten en/of uitbouwen van ontwikkelingsbanken met een budget dat (mede) wordt geleverd door Nederland, wellicht vooral gericht op economische ontwikkeling en infrastructurele werken;
het oprichten van een aan de Nederlandse overheid gerelateerd agentschap dat de Nederlandse samenwerkingsmiddelen inzet voor de ontwikkeling van de Nederlandse Antillen;
verbetering van het opereren met financieringstoekenningen door de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, op basis van voorgelegde programma’s en projecten;
andere modellen die naar de mening van de Commissie van betekenis zijn;
het vormen van ontwikkelingsfondsen voor de Landsregering en de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen, gekoppeld aan hun begrotingen en (mede) gevoed uit Nederlandse financieringsmiddelen;
het opzetten en/of uitbouwen van ontwikkelingsbanken met een budget dat (mede) wordt geleverd door Nederland, wellicht vooral gericht op economische ontwikkeling en infrastructurele werken;
het oprichten van een aan de Nederlandse overheid gerelateerd agentschap dat de Nederlandse samenwerkingsmiddelen inzet voor de ontwikkeling van de Nederlandse Antillen;
verbetering van het opereren met financieringstoekenningen door de minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, op basis van voorgelegde programma’s en projecten;
andere modellen die naar de mening van de Commissie van betekenis zijn;
c. advies uit te brengen over het te voeren beleid van de Nederlandse regering met betrekking tot de financiële steunverlening aan de Nederlandse Antillen.
1. De Commissie bestaat uit:
de heer ir. G. R. Wawoe, voorzitter;
de heer prof. dr. L. B. M. Mennes, lid;
de heer ir. P. O. Vermeulen, lid.
De voorzitter en leden zijn benoemd op persoonlijke titel.
2. De minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken, de minister van Binnenlandse Zaken, de minister van Financiën en de minister voor Ontwikkelingssamenwerking wijzen elk een ambtelijk deskundige voor de Commissie aan. Op verzoek van de voorzitter nemen deze deskundigen deel aan beraadslagingen van de Commissie, voor het verstrekken van feitelijke en beleidsmatige informatie.
3. Secretaris, niet zijnde lid van de Commissie, is de heer drs. N. F. Roest.
1. De Commissie vangt haar werkzaamheden aan met onmiddellijk ingang.
2. De Commissie brengt vóór 1 juli 1997 haar eindrapport uit aan de Minister voor Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse Zaken. Op diens verzoek doet de Commissie hem tussentijds verslag van haar werkzaamheden en pleegt daarover overleg.