Als programma’s als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma’s worden vastgesteld de programma’s, opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlagen 1tot en met 15, onder A.
Dit deel richt zich op het bevorderen van industrieel onderzoek en industriële ontwikkeling in Nederland met betrekking tot verhoging van de energie-efficiency van wegvoertuigen.
De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen zijn onderzoek- of ontwikkelingsprojecten die mede gefinancierd worden door de industrie en die betrekking hebben op:
verhoging van het energetisch rendement van Diesel- en Otto-motoren binnen de randvoorwaarden van de Europese emissie-eisen;
ontwikkeling van systemen bestaande uit een vorm van continu variabele transmissie en regeling ter optimalisatie van het energetisch rendement van de gehele aandrijflijn;
ontwikkeling van hybride aandrijfconcepten voor wegvoertuigen;
voortzetting van reeds eerder in het kader van het REV-programma ondersteunde ontwikkeling van een vliegwielsysteem;
haalbaarheidsonderzoeken en industriële onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten gericht op vermindering van het eigen gewicht van auto’s en vrachtwagens ter verhoging van de energie-efficiency.
Dit deel richt zich op verbreding van het pakket energiedragers in het wegtransport. Hiermee wordt beoogd een bijdrage te leveren aan diversificatie van motorbrandstoffen en vermindering van de milieubelasting in combinatie met een zo hoog mogelijke energetische efficiency.
De voornaamste projecten die in 1997 voor een subsidie in aanmerking komen zijn:
industrieel onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot de toepassing van LPG met elektronische inspuit- en regeltechnieken, resulterend in praktijkproeven;
industrieel onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van efficiënter gebruik van LPG in Otto- en Dieselmotoren voor bestelwagens en vrachtvoertuigen;
verkennend onderzoek naar de mogelijkheden en effecten van toepassing van DME als brandstof in dieselmotoren, en van brandstoffen uit biomassa.
1. Voor ieder van de in de bijlagen 1tot en met 15opgenomen programma’s zijn de bedragen beschikbaar, die zijn opgenomen in de desbetreffende bijlagen, onder B.
2. De in het eerste lid bedoelde bedragen zijn beschikbaar voor aanvragen die zijn ontvangen in de in de desbetreffende bijlagen onder C opgenomen periodes.
Dit deel richt zich op verbetering van de efficiency van het goederenvervoer. Belangrijke sturingselementen hierin zijn het aantal ritkilometers van het vervoer over de weg, de beladingsgraad en het energiegebruik per tonkilometer.
Projecten dienen een voorbeeldfunctie te vervullen. In aanmerking voor subsidie komen projecten die een verbeterde efficiency van het goederenvervoer tot rechtstreeks gevolg hebben, en projecten ter verbetering van ketenlogistiek (transportnetwerken) en logistieke dienstverlening.
Dit deel is er op gericht om via een planmatige en resultaatgerichte aanpak automobilisten, beroepschauffeurs en vervoerondernemers te motiveren tot het energie- en milieubewust aanschaffen en gebruiken van personenauto’s, bestel- en vrachtwagens en bussen.
De voornaamste onderwerpen die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen zijn projecten die betrekking hebben op:
kennisoverdracht over Koop Zuinig, Rij Zuinig onderwerpen aan de doelgroepen door het aanvullen resp. uitbreiden van communicatie-activiteiten van intermediaire organisaties;
praktijkexperimenten en demonstratieprojecten gericht op het toepassen van in het kader van KZRZ reeds ontwikkelde producten voor forenzen, zakelijke rijders en beroepschauffeurs;
educatie, opleidingen en cursussen; dit betreft het integreren van Koop Zuinig, Rij Zuinig onderwerpen in geplande scholingsactiviteiten gericht op kennisoverdracht van het Koop Zuinig Rij Zuinig thema aan de personenautomobilist of beroepschauffeur.
Dit deel richt zich op verbetering van de energie-efficiency van de tractie van railvoertuigen, geschikt voor zowel personenvervoer alsook voor goederenvervoer over rail. Het betreft hierbij, in het kader van een intentieverklaring, projecten die betrekking hebben op ontwikkeling van hulpmiddelen om energiezuiniger te rijden met treinen.
marktintroductie van uitontwikkelde PV-toepassingen in kansrijke marktsegmenten zoals openbare verlichting, elektrisch varen en/of waterbeheer;
productontwikkeling, praktijkexperimenten en demonstratie in kansrijke marktsegmenten, met betrekking tot de integratie van PV-panelen in toepassingen en producten, zoals in gekromde oppervlakken;
haalbaarheidsstudies ten behoeve van een betere positionering van het Nederlandse bedrijfsleven op de PV-markt in Europa.
haalbaarheidsstudies ten behoeve van een betere positionering van het Nederlandse bedrijfsleven op de PV-markt in zuidelijke landen;
(door)ontwikkeling van PV-systemen en PV-producten zoals solar home systems, zonnelantaarns en/of koelsystemen ter voorbereiding van de marktintroductie in zuidelijke landen. Projecten gericht op verbetering van de prijs/kwaliteitsverhouding en op marktprijsverlaging van PV-systemen die in Nederland geproduceerde zonnecellen omvatten, genieten de voorkeur.
Dit onderdeel richt zich op het verbeteren van rendement en milieukarakteristieken van conversie-technologieën die de gewenste, variabele warmte (koude) en/of kracht genereren. De twee belangrijkste technologieën zijn gasturbines en warmtepompen.
De voornaamste soorten projecten die in 1997 voor subsidie in aanmerking komen, zijn ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten gericht op:
voortzetting van lopend, reeds eerder door Novem ondersteund onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van de Heron-turbine met name gericht op verbetering van de brander, verbreding van de brandstoftolerantie en het vaststellen van de prestatie in een praktijksituatie met name de variabele warmte-krachtverhouding;
voortzetting van lopend, reeds eerder door Novem ondersteund onderzoek en ontwikkeling ten behoeve van de OPRA-turbine met name gericht op het vaststellen van de prestatie in een praktijksituatie met diverse brandstoffen en van verbeteringen door onder andere variabele warmte-krachtverhouding;
voortzetting van de lopende ontwikkelingen en van verkenningen op het gebied van de warmtepompen, het betreft met name nieuwe stofparen voor de absorptiewarmtepomp en de hybride warmtepomp.
praktijkexperimenten met een technisch innovatief karakter, met PV geïntegreerd in de schil van een of enkele woningen of een gebouw;
praktijkexperimenten en demonstratieprojecten met PV op daken of in/aan gevels van kantoor- en bedrijfsgebouwen;
praktijkexperimenten met PV in andere gebouw-geïntegreerde toepassingen, zoals schaduwgevende bouwelementen en lichtstraten.
praktijkexperimenten met grote PV-systemen met name op de platte en schuine daken van tientallen tot enkele honderden woningen, waarin de architectonische en stedenbouwkundige vormgeving, en de beheeraspecten van het PV-systeem een punt van onderzoek is;
praktijkexperimenten en demonstratieprojecten met kleine PV-systemen op woningen, waarvan de verlaging van de energieprestatie-coëfficiënt (EPC) minimaal 0,07 (volgens NEN 5128/B.3) is. Projecten waarbij de woningen voldoen aan het Specificatieblad S032 van het (Duurzaam Bouwen) Nationaal pakket Woningbouw en/of waarbij het PV-systeem uitbreidbaar is, verdienen de voorkeur.
In de PV-pilotprojecten dient speciale aandacht aan de bouwtechnische aspecten van de inpassing van PV in bouwconstructies en de technische kwaliteit van de systemen te worden gegeven.
Projecten waarin speciale aandacht aan elektriciteits- en overige energiebesparing wordt besteed, genieten de voorkeur.