1. Regelmatig stelt de inspecteur of een andere op grond van
artikel 15 van de Wet tot behoud van cultuurbezitaangewezen ambtenaar zich op de hoogte van de verblijfplaats en toestand van de op de lijst, bedoeld in artikel 2van genoemde wet, geplaatste voorwerpen en verzamelingen.
2. Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar aanleiding ziet voor een controle ter plaatse stelt hij de eigenaar en de houder van het voorwerp of de verzameling tenminste drie dagen
tevoren daarvan op de hoogte.