1. De betaling van het geldbedrag bedoeld in
artikel 36e en van de som geld bedoeld in
artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht, geschiedt door storting of overschrijving op een daartoe bestemde giro- of bankrekening van het CJIB. In bijzondere gevallen kan de betaling geschieden op een door het CJIB aan te wijzen plaats, dan wel aan een door het CJIB aan te wijzen persoon.
2. De betaling, bedoeld in het eerste lid, eerste volzin, geschiedt binnen dertig dagen na de dagtekening van de acceptgiro die de persoon aan wie de desbetreffende maatregel is opgelegd van het Centraal Justitieel Incassobureau ontvangt.
3. In het geval de rechter ingevolge
artikel 24a van het Wetboek van Strafrechtof ingeval het openbaar ministerie ingevolge
artikel 561, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, een betaling in termijnen heeft toegestaan, worden de in die artikelen bedoelde termijnen bepaald vanaf de dagtekening van de acceptgiro die de persoon aan wie de desbetreffende maatregel is opgelegd van het Centraal Justitieel Incassobureau ontvangt.
4. De betaling van het ingevolge
artikel 24b van het Wetboek van Strafrechtverhoogde bedrag geschiedt binnen dertig dagen na de dagtekening van de eerstvolgende acceptgiro die de persoon aan wie de desbetreffende maatregel is opgelegd van het Centraal Justitieel Incassobureau ontvangt.