Artikel 1
Ten behoeve van een eerste onderzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a, van het Besluit voorkoming olieverontreiniging door schepenworden in drievoud ingediend bij de inspecteur-generaal:
a. voor een olietankschip met een tonnage van 150 of meer, de volgende tekeningen en bescheiden: 1° een schema van de lens- en ballastleidingen, zowel in als buiten de machinekamer; 2° gegevens van de apparatuur voor het scheiden van olie en water of het filtreren van oliehoudende mengsels; 3° gegevens van de oliemonitor en de regelapparatuur; 4° gegevens betreffende de ligging en de inhoud van de sludgetanks; 5° een schema betreffende de afgifte van olierestanten of oliehoudende mengsels aan havenontvangstvoorzieningen; 6° een schema van de laad- en losleidingen; 7° een schema van de leidingen voor het lozen van ballastwater met de bijbehorende voorzieningen; 8° een schema betreffende het leeghalen van de ladingleidingen en de pompen alsmede de afgifte aan de wal; 9° een schema betreffende de sloptankvoorzieningen en de inrichting met inbegrip van de leidingaansluitingen; 10° een operationeel handboek voor het bewakings- en controlesysteem van vuile ballast- en sloplozing; 11° een berekening van de benodigde hoeveelheid gescheiden ballast in verband met de vereiste ballastdiepgang; 12° een schema betreffende de ligging van de gescheiden ballasttanks met de inhoud van die tanks; 13° betreffende de methode van het wassen met ruwe olie: diagrammen ter bepaling van het theoretisch effect van de wasprocedure; een schema betreffende de pijpleidingen met inbegrip van de bijbehorende pompen, wasmachines en appendages; en een handboek voor de werkwijze en de inrichting van de installatie; 14° een berekening van de benodigde hoeveelheid aangewezen schone ballast in verband met de vereiste ballastdiepgang; 15° gegevens betreffende de ligging van de aangewezen schone ballasttanks met de inhoud van die tanks; 16° een handboek voor de werkwijze met aangewezen schone ballasttanks; 17° een specimen van een controle-lijst; 18° een berekening van de hypothetische uitstroming van olie; 19° een berekening van de beperking van de tankinhouden; 20° gegevens betreffende de ligging van de tanks met de inhoud en de bestemming van die tanks; 21° gegevens betreffende de ligging van de pijpleidingen in de tanks; 22° een berekening van de waterdichte indeling en de lekstabiliteit; 23° de beladingsvoorschriften met betrekking tot de waterdichte indeling en de lekstabiliteit; en 24° een berekening van de oppervlakten huid en vlak in verband met de beschermende ligging van de gescheiden ballasttanks;
b. voor elk schip geen olietankschip zijnde, met een tonnage van 400 of meer, de tekeningen en bescheiden, genoemd in onderdeel a, onder 1° tot en met 5°.
a. voor een olietankschip met een tonnage van 150 of meer, de volgende tekeningen en bescheiden: 1° een schema van de lens- en ballastleidingen, zowel in als buiten de machinekamer; 2° gegevens van de apparatuur voor het scheiden van olie en water of het filtreren van oliehoudende mengsels; 3° gegevens van de oliemonitor en de regelapparatuur; 4° gegevens betreffende de ligging en de inhoud van de sludgetanks; 5° een schema betreffende de afgifte van olierestanten of oliehoudende mengsels aan havenontvangstvoorzieningen; 6° een schema van de laad- en losleidingen; 7° een schema van de leidingen voor het lozen van ballastwater met de bijbehorende voorzieningen; 8° een schema betreffende het leeghalen van de ladingleidingen en de pompen alsmede de afgifte aan de wal; 9° een schema betreffende de sloptankvoorzieningen en de inrichting met inbegrip van de leidingaansluitingen; 10° een operationeel handboek voor het bewakings- en controlesysteem van vuile ballast- en sloplozing; 11° een berekening van de benodigde hoeveelheid gescheiden ballast in verband met de vereiste ballastdiepgang; 12° een schema betreffende de ligging van de gescheiden ballasttanks met de inhoud van die tanks; 13° betreffende de methode van het wassen met ruwe olie: diagrammen ter bepaling van het theoretisch effect van de wasprocedure; een schema betreffende de pijpleidingen met inbegrip van de bijbehorende pompen, wasmachines en appendages; en een handboek voor de werkwijze en de inrichting van de installatie; 14° een berekening van de benodigde hoeveelheid aangewezen schone ballast in verband met de vereiste ballastdiepgang; 15° gegevens betreffende de ligging van de aangewezen schone ballasttanks met de inhoud van die tanks; 16° een handboek voor de werkwijze met aangewezen schone ballasttanks; 17° een specimen van een controle-lijst; 18° een berekening van de hypothetische uitstroming van olie; 19° een berekening van de beperking van de tankinhouden; 20° gegevens betreffende de ligging van de tanks met de inhoud en de bestemming van die tanks; 21° gegevens betreffende de ligging van de pijpleidingen in de tanks; 22° een berekening van de waterdichte indeling en de lekstabiliteit; 23° de beladingsvoorschriften met betrekking tot de waterdichte indeling en de lekstabiliteit; en 24° een berekening van de oppervlakten huid en vlak in verband met de beschermende ligging van de gescheiden ballasttanks;
b. voor elk schip geen olietankschip zijnde, met een tonnage van 400 of meer, de tekeningen en bescheiden, genoemd in onderdeel a, onder 1° tot en met 5°.