Aan de wethouder van wie de bezoldiging is vastgesteld op een bedrag dat gelijk is aan de bezoldiging die voor hem zou hebben gegolden indien de vervanging van de bijlage, bedoeld in artikel II, niet zou hebben plaatsgevonden, wordt een eenmalige uitkering toegekend van f 250,–.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag twee maanden na datum van uitgifte van het Staatsbladwaarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 1997.