BWBR0008498
Geldig vanaf 1997-07-01
Artikel 4.8
Arbeidsomstandighedenbesluit
1. Arbeid waarbij gebruik wordt gemaakt van instabiel ontplofbare stoffen, ontplofbare stoffen van de subklasse 1.1, 1.2, 1.3, 1.4, 1.5, 1.6 of zelf ontledende stoffen en mengsels type A of B als bedoeld in de EG-verordening indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, wordt uitsluitend verricht volgens een vooraf opgesteld plan dat een deugdelijke beschrijving bevat van de uit te voeren werkzaamheden, de daaraan verbonden risico’s en gevaren alsmede de wijze waarop deze risico’s en gevaren voorkomen of zo veel mogelijk beperkt worden.
2. De arbeid wordt uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die:
a. is geregistreerd in het Register veilig werken met explosieve stoffen; of
b. door Onze Minister van Defensie is geregistreerd overeenkomstig artikel 1.30, derde lid.
3. Bij ministeriële regeling kan arbeid of kunnen personen, die werkzaam zijn in een bedrijf of inrichting, worden aangewezen waarop het tweede lid niet van toepassing is en kunnen daarbij nadere regels worden gesteld aan het betreffende bedrijf of de inrichting of aan de wijze waarop de arbeid wordt uitgevoerd.
4. Een bewijs van registratie of herregistratie dan wel een afschrift van een dergelijk bewijs is op de arbeidsplaats aanwezig evenals het plan, bedoeld in het eerste lid.
5. Artikel 1.5hais van overeenkomstige toepassing.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de arbeid, bedoeld in het eerste lid.
2. De arbeid wordt uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die:
a. is geregistreerd in het Register veilig werken met explosieve stoffen; of
b. door Onze Minister van Defensie is geregistreerd overeenkomstig artikel 1.30, derde lid.
3. Bij ministeriële regeling kan arbeid of kunnen personen, die werkzaam zijn in een bedrijf of inrichting, worden aangewezen waarop het tweede lid niet van toepassing is en kunnen daarbij nadere regels worden gesteld aan het betreffende bedrijf of de inrichting of aan de wijze waarop de arbeid wordt uitgevoerd.
4. Een bewijs van registratie of herregistratie dan wel een afschrift van een dergelijk bewijs is op de arbeidsplaats aanwezig evenals het plan, bedoeld in het eerste lid.
5. Artikel 1.5hais van overeenkomstige toepassing.
6. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de arbeid, bedoeld in het eerste lid.