BWBR0008498
Geldig vanaf 1997-07-01
Artikel 2.14b
Arbeidsomstandighedenbesluit
1. Bij de toepassing van <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, twaalfde lid, van de wet</a>wordt buiten beschouwing gelaten de tijdsduur van arbeid verricht door een directeur-grootaandeelhouder onderscheidenlijk de persoon van directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0009232" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder</a>.
2. Het model, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, onder 1°, van de wet</a>is getoetst door ten minste een deskundige die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
3. Het instrument, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet</a>:
a. is opgesteld met betrokkenheid van werkgevers- en werknemersverenigingen op ten minste brancheniveau;
b. is getoetst door ten minste een deskundige die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet;
c. is door de betrokken werkgevers- en werknemersverenigingen gezamenlijk aangemeld; en
d. heeft na aanmelding een geldingsduur van ten hoogste drie jaar.
4. De werkgever houdt bij het gebruikmaken van het model of het instrument rekening met de specifieke omstandigheden in het bedrijf of de inrichting.
2. Het model, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, onder 1°, van de wet</a>is getoetst door ten minste een deskundige die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of door een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet.
3. Het instrument, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, twaalfde lid, onderdeel b, onder 2°, van de wet</a>:
a. is opgesteld met betrokkenheid van werkgevers- en werknemersverenigingen op ten minste brancheniveau;
b. is getoetst door ten minste een deskundige die in het bezit is van een certificaat als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, of een bedrijfsarts als bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef, van de wet;
c. is door de betrokken werkgevers- en werknemersverenigingen gezamenlijk aangemeld; en
d. heeft na aanmelding een geldingsduur van ten hoogste drie jaar.
4. De werkgever houdt bij het gebruikmaken van het model of het instrument rekening met de specifieke omstandigheden in het bedrijf of de inrichting.