BWBR0008498
Geldig vanaf 1997-07-01
Artikel 1.30
Arbeidsomstandighedenbesluit
1. <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 3, eerste lid, van de wet</a>en de op <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de wet</a>gebaseerde artikelen 1.37en 1.41, de afdelingen 5, 6, 6Aen 8 van hoofdstuk 2, en de hoofdstukken 3 tot en met 8van dit besluit zijn niet van toepassing bij arbeid verricht door defensiepersoneel:
a. tijdens, direct voor en direct na oefeningen;
b. ten aanzien van militaire vaartuigen, militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen, en arbeid verricht door eenheden met gereedstelling: 1°. voor zover afwijking van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen naar het oordeel van Onze Minister van Defensie noodzakelijk is in verband met de bouw, de constructie, de inrichting of de uitrusting van deze vaartuigen en wapensystemen;
2°. indien oorlogsschepen varen en indien militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen als zodanig in gebruik zijn;
3°. voor zover de operationele taakuitvoering van deze vaartuigen en wapensystemen of van de eenheden met gereedstelling naar het oordeel van Onze Minister van Defensie door de toepassing van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen wordt belemmerd.
1°. voor zover afwijking van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen naar het oordeel van Onze Minister van Defensie noodzakelijk is in verband met de bouw, de constructie, de inrichting of de uitrusting van deze vaartuigen en wapensystemen;
2°. indien oorlogsschepen varen en indien militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen als zodanig in gebruik zijn;
3°. voor zover de operationele taakuitvoering van deze vaartuigen en wapensystemen of van de eenheden met gereedstelling naar het oordeel van Onze Minister van Defensie door de toepassing van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen wordt belemmerd.
2. Onze Minister van Defensie kan toestaan dat wordt afgeweken van het op <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de wet</a>gebaseerde artikel 6.12j, indien een gelijkwaardig of meer specifiek beschermingssysteem wordt toegepast voor personeel dat werkzaam is in operationele militaire installaties of betrokken is bij militaire activiteiten, met inbegrip van gezamenlijke internationale militaire oefeningen, mits gezorgd wordt voor preventie van schadelijke gezondheidseffecten en veiligheidsrisico’s.
3. In aanvulling op artikel 1.5j:
a. worden de kwalificaties van defensiepersoneel dat arbeid verricht als bedoeld in de artikelen 4.8, eerste lid, 4.9, eerste en derde lid, 4.10, zesde lid, 6.14a, derde lid, en 6.16, derde, zesde en zevende lid, door Onze Minister van Defensie geregistreerd;
b. wordt door het in onderdeel a bedoelde defensiepersoneel op basis van de kwalificatie-eisen van Onze Minister van Defensie, voldaan aan daarin opgenomen eisen inzake kennis en vaardigheden die waarborgen dat de aan de arbeid verbonden risico’s en gevaren worden voorkomen of zoveel mogelijk worden beperkt.
4. Bij regeling van Onze Minister van Defensie kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de registratie van defensiepersoneel, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en de eisen waaraan moet worden voldaan om geregistreerd te zijn.
5. Het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet waarmee de krachtens <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24, eerste lid, van de wet</a>aangewezen ambtenaren zijn belast, omvat mede het toezicht op de naleving van het bepaalde in het tweede en derde lid.
a. tijdens, direct voor en direct na oefeningen;
b. ten aanzien van militaire vaartuigen, militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen, en arbeid verricht door eenheden met gereedstelling: 1°. voor zover afwijking van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen naar het oordeel van Onze Minister van Defensie noodzakelijk is in verband met de bouw, de constructie, de inrichting of de uitrusting van deze vaartuigen en wapensystemen;
2°. indien oorlogsschepen varen en indien militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen als zodanig in gebruik zijn;
3°. voor zover de operationele taakuitvoering van deze vaartuigen en wapensystemen of van de eenheden met gereedstelling naar het oordeel van Onze Minister van Defensie door de toepassing van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen wordt belemmerd.
1°. voor zover afwijking van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen naar het oordeel van Onze Minister van Defensie noodzakelijk is in verband met de bouw, de constructie, de inrichting of de uitrusting van deze vaartuigen en wapensystemen;
2°. indien oorlogsschepen varen en indien militaire luchtvaartuigen en bemande wapensystemen als zodanig in gebruik zijn;
3°. voor zover de operationele taakuitvoering van deze vaartuigen en wapensystemen of van de eenheden met gereedstelling naar het oordeel van Onze Minister van Defensie door de toepassing van deze artikelen, hoofdstukken of afdelingen wordt belemmerd.
2. Onze Minister van Defensie kan toestaan dat wordt afgeweken van het op <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de wet</a>gebaseerde artikel 6.12j, indien een gelijkwaardig of meer specifiek beschermingssysteem wordt toegepast voor personeel dat werkzaam is in operationele militaire installaties of betrokken is bij militaire activiteiten, met inbegrip van gezamenlijke internationale militaire oefeningen, mits gezorgd wordt voor preventie van schadelijke gezondheidseffecten en veiligheidsrisico’s.
3. In aanvulling op artikel 1.5j:
a. worden de kwalificaties van defensiepersoneel dat arbeid verricht als bedoeld in de artikelen 4.8, eerste lid, 4.9, eerste en derde lid, 4.10, zesde lid, 6.14a, derde lid, en 6.16, derde, zesde en zevende lid, door Onze Minister van Defensie geregistreerd;
b. wordt door het in onderdeel a bedoelde defensiepersoneel op basis van de kwalificatie-eisen van Onze Minister van Defensie, voldaan aan daarin opgenomen eisen inzake kennis en vaardigheden die waarborgen dat de aan de arbeid verbonden risico’s en gevaren worden voorkomen of zoveel mogelijk worden beperkt.
4. Bij regeling van Onze Minister van Defensie kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de registratie van defensiepersoneel, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en de eisen waaraan moet worden voldaan om geregistreerd te zijn.
5. Het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet waarmee de krachtens <a href="/wet/BWBR0010346/artikel/24" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24, eerste lid, van de wet</a>aangewezen ambtenaren zijn belast, omvat mede het toezicht op de naleving van het bepaalde in het tweede en derde lid.