BWBR0008494
Artikel 1
Regeling overleg Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid
1 Regelingen die specifiek betrekking hebben op overheids- en onderwijspersoneel in
het algemeen worden niet tot stand gebracht dan nadat daarover door of namens Onze
Minister van Binnenlandse Zaken overleg is gevoerd met de centrales van overheidspersoneel
en de overheidswerkgevers of verenigingen van overheidswerkgevers, verenigd in de
Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid. In dit overleg hebben de centrales van overheidspersoneel
evenveel stemmen als de overheidswerkgevers of verenigingen van overheidswerkgevers.
2 Indien een regeling als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op arbeidsvoorwaardelijke
rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren dient over een desbetreffend
voorstel overeenstemming te worden bereikt. Overeenstemming bestaat indien de helft
of meer van het totale aantal stemmen voor het voorstel wordt uitgebracht, met dien
verstande dat in ieder geval de meerderheid van de centrales van overheidspersoneel
met het voorstel ingestemd moet hebben.
3 Geen overeenstemming is vereist over een voorstel als bedoeld in het tweede lid indien
het betreft:
a. invoering of wijziging van een wettelijke regeling voor ambtenaren met een overeenkomstige
inhoud als een voorstel tot invoering of wijziging van een wettelijke regeling die
betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel
1637a van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn;
b. vantoepassingverklaring op ambtenaren van een wettelijke regeling die betrekking heeft
op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1637a van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn en met die vantoepassingverklaring samenhangende
wijzigingen in voor ambtenaren geldende regelingen, een en ander mits het totaal van
rechten en verplichtingen van ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger
wordt;
c. implementatie van verplichtingen voortvloeiend uit een internationaal verdrag.
4 Indien in het overleg een geschil ontstaat over de vraag of bij een voorstel als bedoeld
in het derde lid, onder b, voldaan wordt aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen over
het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt dat geschil onderworpen aan arbitrage
door de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in artikel 110g van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.
het algemeen worden niet tot stand gebracht dan nadat daarover door of namens Onze
Minister van Binnenlandse Zaken overleg is gevoerd met de centrales van overheidspersoneel
en de overheidswerkgevers of verenigingen van overheidswerkgevers, verenigd in de
Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid. In dit overleg hebben de centrales van overheidspersoneel
evenveel stemmen als de overheidswerkgevers of verenigingen van overheidswerkgevers.
2 Indien een regeling als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op arbeidsvoorwaardelijke
rechten of verplichtingen van individuele ambtenaren dient over een desbetreffend
voorstel overeenstemming te worden bereikt. Overeenstemming bestaat indien de helft
of meer van het totale aantal stemmen voor het voorstel wordt uitgebracht, met dien
verstande dat in ieder geval de meerderheid van de centrales van overheidspersoneel
met het voorstel ingestemd moet hebben.
3 Geen overeenstemming is vereist over een voorstel als bedoeld in het tweede lid indien
het betreft:
a. invoering of wijziging van een wettelijke regeling voor ambtenaren met een overeenkomstige
inhoud als een voorstel tot invoering of wijziging van een wettelijke regeling die
betrekking heeft op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel
1637a van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn;
b. vantoepassingverklaring op ambtenaren van een wettelijke regeling die betrekking heeft
op werknemers die krachtens arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 1637a van het Burgerlijk Wetboek werkzaam zijn en met die vantoepassingverklaring samenhangende
wijzigingen in voor ambtenaren geldende regelingen, een en ander mits het totaal van
rechten en verplichtingen van ambtenaren over het geheel beoordeeld niet ongunstiger
wordt;
c. implementatie van verplichtingen voortvloeiend uit een internationaal verdrag.
4 Indien in het overleg een geschil ontstaat over de vraag of bij een voorstel als bedoeld
in het derde lid, onder b, voldaan wordt aan de voorwaarde dat het totaal van rechten en verplichtingen over
het geheel beoordeeld niet ongunstiger wordt, wordt dat geschil onderworpen aan arbitrage
door de Advies- en Arbitragecommissie, genoemd in artikel 110g van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.