Artikel 1
1. Deze regeling heeft betrekking op de in hoofdstuk IV van de Meststoffenwetonderscheiden heffingen.
2. Deze regeling berust op de artikelen 41, eerste en derde lid, 42, eerste, vierde en zesde lid, 43, zesde en zevende lid, 53, onderdeel h, en 59, eerste en derde lid, van de Meststoffenwet, de artikelen 3, 6, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 19, tweede lid, en 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 5, 26, en 31 van de Invorderingswet 1990en artikel III van de Wet van 10 december 2003 tot wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen van de tweede generieke korting en het aanbrengen van enkele praktische verbeteringen(Stb. 542).
2. Deze regeling berust op de artikelen 41, eerste en derde lid, 42, eerste, vierde en zesde lid, 43, zesde en zevende lid, 53, onderdeel h, en 59, eerste en derde lid, van de Meststoffenwet, de artikelen 3, 6, eerste en derde lid, 8, eerste lid, 19, tweede lid, en 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 5, 26, en 31 van de Invorderingswet 1990en artikel III van de Wet van 10 december 2003 tot wijziging van de Meststoffenwet en van de Wet herstructurering varkenshouderij in verband met het schrappen van de tweede generieke korting en het aanbrengen van enkele praktische verbeteringen(Stb. 542).