1. Op het exploitatiedeel van een hogeschool, bedoeld in
artikel 3.7 van het Bekostigingsbesluit WHW, betreffende het begrotingsjaar 1997 wordt tevens in mindering gebracht een bedrag over het tijdvak 1 juli tot en met 31 december 1996 in verband met uitkeringen na ontslag aan de hieronder vermelde betrokkenen als bedoeld in
artikel 1 van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel. De in de eerste volzin bedoelde betrokkenen zijn:
a. wat de periode 1 juli tot en met 31 juli betreft de betrokkenen, bedoeld in het eerste lid onderdeel b ten 14° en ten 15°, en
b. wat de periode 1 augustus tot en met 31 december betreft de betrokkenen, bedoeld in onderdeel b ten 9° en ten 10°.
2. Het in het eerste lid bedoelde bedrag wordt berekend op grond van de
artikelen 3.8ben
3.8c van het Bekostigingsbesluit WHW, met dien verstande dat bij de berekening van het gedeelte van het bedrag dat betrekking heeft op de periode 1 juli tot en met 31 juli 1996, wordt uitgegaan van het
Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneelzoals dat op 31 juli 1996 luidde.
3. De som van de bedragen die met inachtneming van het eerste en tweede lid op de exploitatiedelen van de hogescholen in mindering zijn gebracht, wordt door Onze minister in 1997 aan de hogescholen gezamenlijk ter beschikking gesteld en over de hogescholen verdeeld naar evenredigheid van het voor het begrotingsjaar 1996 berekende exploitatiedeel, bedoeld in
artikel 3.7 van het Bekostigingsbesluit WHW.