1. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet zijn belast de bij besluit van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen ambtenaren. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, genoemd in de
artikelen 5:18en
5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
2. Met de opsporing van de bij artikel 11strafbaar gestelde feiten zijn, onverminderd
artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, belast de ambtenaren, aangewezen bij besluit van Onze Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Justitie. Deze ambtenaren zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de
artikelen 179tot en met
182en
184 van het Wetboek van Strafrecht, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.
3. Van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de
Staatscourant.