1. In een zaak die daarvoor naar het oordeel van de voorzitter geschikt is, kan het horen ingevolge
artikel 7:2 van de Algemene wet bestuursrechten het uitbrengen van advies geschieden door de voorzitter.
2. Het horen geschiedt in het openbaar, tenzij de commissie op verzoek van een belanghebbende of om gewichtige redenen ambtshalve anders beslist.
3. Over de toepassing van de
artikelen 7:3en
7:4, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrechtbeslist de voorzitter van de commissie.
4. De secretaris draagt na overleg met de voorzitter zorg voor de tijdige uitnodiging voor de hoorzitting van de belanghebbenden alsmede van de vertegenwoordiger van de minister.
5. Van elke hoorzitting stelt de secretaris een verslag op.