1. Aan de ambtenaar, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder h, van het Besluit bezoldiging politie, wordt over 1995 een eindejaarsuitkering verleend ter grootte van 12 x 0,2% van de voor hem geldende berekeningsbasis.
2. De berekeningsbasis, bedoeld in het eerste lid, is het salaris, bedoeld in
artikel 1, eerste lid, onder l, van het Besluit bezoldiging politie, dat over de maand november 1995 is genoten, met inachtneming van de bepalingen in het
Besluit algemene rechtspositie politieen het
Besluit bezoldiging politieter zake van buitengewoon verlof, ouderschapsverlof, ziekte of schorsing, vermindering van bezoldiging in geval van non-activiteit en militaire dienst.
3. De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de toepassing van dit artikel niet als belanghebbende aangemerkt voor de tijd dat hij ingevolge een wettelijke verplichting als militair in werkelijke dienst is en in verband daarmee de aan zijn ambt verbonden bezoldiging geniet tot een bedrag dat gelijk is aan het bedrag van het op hem te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage.
4. De eindejaarsuitkering is geen ambtelijk inkomen in de zin van artikel C1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet.