1. Een overlijden van een politieke ambtsdrager, gewezen politieke ambtsdrager of gepensioneerde politieke ambtsdrager tussen 31 december 1993 en 1 juli 1994 valt te rekenen vanaf de datum van overlijden onder de werking van de bepalingen van de
Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersinzake het nabestaanden- en wezenpensioen, zoals die bepalingen ingevolge deze wet zijn komen te luiden.
2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt degene van wie op 1 juli 1994 aanmelding in de zin van
artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragersmogelijk zou zijn geweest, op aanvraag aangemerkt als nabestaande vanaf de datum van het overlijden.
3. Ter zake van een overlijden van een politieke ambtsdrager, gewezen politieke ambtsdrager of gepensioneerd politieke ambtsdrager tussen 30 juni 1994 en 1 januari 1995 wordt op zijn aanvraag als nabestaande beschouwd degene van wie, hoewel niet aangemeld in de zin van
artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, aanmelding als evenbedoeld op de dag voor die van het overlijden mogelijk was.