1. In afwijking van de artikelen 4
b, eerste lid, aanhef en onderdeel
n, en 4
l, tweede lid, aanhef en onderdeel
b, van de
Wegenverkeerswet 1994stelt Onze Minister de tarieven vast die zullen gelden met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
2. Onverminderd
artikel 4q, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994omvat het in artikel 48, eerste lid, van die wet bedoelde tarief voor de aanvraag van een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen deel van een kentekenbewijs, tot 5 jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, mede een bij ministeriële regeling vastgesteld bedrag dat strekt ter dekking van kosten van overige aan de Dienst Wegverkeer opgedragen taken, voor zover de tarieven voor deze overige taken niet alle met de uitoefening van de taak gemoeide kosten dekken. De voor deze taken vastgestelde tarieven worden in de genoemde periode geleidelijk verhoogd tot kostendekkend niveau.
3. In wettelijke procedures en rechtsgedingen, waarbij de Rijksdienst voor het Wegverkeer is betrokken, treedt met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze wet de Dienst Wegverkeer in de plaats van de Staat dan wel Onze Minister.
4. In zaken waarin voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op grond van
artikel 12 van de Wet Nationale ombudsmanaan de Nationale ombudsman is verzocht een onderzoek te doen dan wel de Nationale ombudsman op grond van artikel 15 van die wet een onderzoek heeft ingesteld naar een gedraging die kan worden toegerekend aan de Rijksdienst voor het Wegverkeer, treedt de Dienst Wegverkeer op dat tijdstip als bestuursorgaan in de zin van de
Wet Nationale ombudsmanin de plaats van Onze Minister.