1. Bij de aanvraag van een zevendaags kentekenbewijs door een erkend bedrijf voor het buiten Nederland brengen van een voertuig dient het erkende bedrijf het volgende document te overleggen:
a. indien de aanvraag wordt ingediend door de fabrikant van het voertuig: een verklaring met daarop vermeld het identificatienummer van het voertuig waaruit blijkt dat de aanvrager het voertuig heeft gefabriceerd, en
b. indien de aanvraag wordt ingediend door een ander dan de fabrikant van het voertuig: de aankoopnota met daarop vermeld het identificatienummer van het voertuig.
2. Het erkende bedrijf dient het voertuig voor een periode van ten hoogste 36 uur na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde aanvraag door de Dienst Wegverkeer op de in overleg met het erkende bedrijf door de Dienst Wegverkeer vastgestelde plaats beschikbaar te houden.
3. Indien het voertuig door een ander dan het erkende bedrijf buiten Nederland wordt gebracht, kan het erkende bedrijf de in het eerste lid bedoelde aanvraag indienen voor die ander. Onverminderd het eerste en tweede lid, dient het erkende bedrijf in dat geval bij de aanvraag een kopie van één van de legitimatiebewijzen als bedoeld in
artikel 9 van de Regeling legitimatievoorschriften kentekenbewijzen en kentekenplatenvan die ander te overleggen.
4. Het erkende bedrijf dient het origineel van het in het eerste lid bedoelde document en een kopie van de in het derde lid bedoelde legitimatiebewijs te bewaren.
5. Het in de
artikelen 62 tot en met 66 van de weten het in
artikel 11 van de Regeling erkenning bedrijfsvoorraadten aanzien van erkenningen bepaalde is van overeenkomstige toepassing op het in dit artikel bepaalde.