Artikel 1
De bevoegde autoriteit, plaatselijk bevoegde autoriteit dan wel de bevoegde instantie, bedoeld in het Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995, is:
1. de Minister van Verkeer en Waterstaat in de artikelen: 1.06;
1.07;
7.06;
23.01, tweede lid;
23.02, tweede lid;
23.03, eerste lid.
1.06;
1.07;
7.06;
23.01, tweede lid;
23.02, tweede lid;
23.03, eerste lid.
2. de Directeur-Generaal Goederenvervoer in artikel: 2.18.
2.18.
3. de voorzitter van de commissie van Deskundigen te Rotterdam in de artikelen: 2.11, eerste lid;
2.19, tweede lid;
8a.02, achtste lid;
8a.03, tweede lid;
8a.04, eerste en tweede lid;
8a.05, eerste en derde lid;
8a.06, derde lid;
8a.08, eerste, derde en vierde lid;
8a.09;
8a.10, eerste, tweede en derde lid;
8a.11, eerste lid;
8a.12, eerste lid, aanhef en onderdeel b;
15.09, derde lid;
20.02, derde lid;
23.08, eerste lid.
2.11, eerste lid;
2.19, tweede lid;
8a.02, achtste lid;
8a.03, tweede lid;
8a.04, eerste en tweede lid;
8a.05, eerste en derde lid;
8a.06, derde lid;
8a.08, eerste, derde en vierde lid;
8a.09;
8a.10, eerste, tweede en derde lid;
8a.11, eerste lid;
8a.12, eerste lid, aanhef en onderdeel b;
15.09, derde lid;
20.02, derde lid;
23.08, eerste lid.
4. De Hoofdingenieur-Directeur van het het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat in de directie Oost-Nederland, dan wel de Hoofdingenieur-Directeur van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat in de directie Zuid-Holland, ieder voorzover het zijn ambtsgebied betreft, in de artikelen: 2.11, eerste lid;
5.03, eerste lid;
18.01.
2.11, eerste lid;
5.03, eerste lid;
18.01.
5. De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat in de artikelen: 23.03, vierde lid;
23.04, eerste en tweede lid;
23.08, tweede en vierde lid.
23.03, vierde lid;
23.04, eerste en tweede lid;
23.08, tweede en vierde lid.
6. De ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, in de artikelen: 2.11, eerste lid;
23.03, vierde lid.
2.11, eerste lid;
23.03, vierde lid.
7. de Dienst Wegverkeer in artikel: 23.05;
en in de bijlage H, onderdeel B, 1.
23.05;
en in de bijlage H, onderdeel B, 1.
1. de Minister van Verkeer en Waterstaat in de artikelen: 1.06;
1.07;
7.06;
23.01, tweede lid;
23.02, tweede lid;
23.03, eerste lid.
1.06;
1.07;
7.06;
23.01, tweede lid;
23.02, tweede lid;
23.03, eerste lid.
2. de Directeur-Generaal Goederenvervoer in artikel: 2.18.
2.18.
3. de voorzitter van de commissie van Deskundigen te Rotterdam in de artikelen: 2.11, eerste lid;
2.19, tweede lid;
8a.02, achtste lid;
8a.03, tweede lid;
8a.04, eerste en tweede lid;
8a.05, eerste en derde lid;
8a.06, derde lid;
8a.08, eerste, derde en vierde lid;
8a.09;
8a.10, eerste, tweede en derde lid;
8a.11, eerste lid;
8a.12, eerste lid, aanhef en onderdeel b;
15.09, derde lid;
20.02, derde lid;
23.08, eerste lid.
2.11, eerste lid;
2.19, tweede lid;
8a.02, achtste lid;
8a.03, tweede lid;
8a.04, eerste en tweede lid;
8a.05, eerste en derde lid;
8a.06, derde lid;
8a.08, eerste, derde en vierde lid;
8a.09;
8a.10, eerste, tweede en derde lid;
8a.11, eerste lid;
8a.12, eerste lid, aanhef en onderdeel b;
15.09, derde lid;
20.02, derde lid;
23.08, eerste lid.
4. De Hoofdingenieur-Directeur van het het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat in de directie Oost-Nederland, dan wel de Hoofdingenieur-Directeur van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat in de directie Zuid-Holland, ieder voorzover het zijn ambtsgebied betreft, in de artikelen: 2.11, eerste lid;
5.03, eerste lid;
18.01.
2.11, eerste lid;
5.03, eerste lid;
18.01.
5. De inspecteur-generaal van de Inspectie Verkeer en Waterstaat in de artikelen: 23.03, vierde lid;
23.04, eerste en tweede lid;
23.08, tweede en vierde lid.
23.03, vierde lid;
23.04, eerste en tweede lid;
23.08, tweede en vierde lid.
6. De ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, in de artikelen: 2.11, eerste lid;
23.03, vierde lid.
2.11, eerste lid;
23.03, vierde lid.
7. de Dienst Wegverkeer in artikel: 23.05;
en in de bijlage H, onderdeel B, 1.
23.05;
en in de bijlage H, onderdeel B, 1.