BWBR0007858
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 8.03
Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995
Voortstuwingsinstallaties ... [Regeling vervallen per 01-07-2009] 1 De aandrijving van een schip moet op betrouwbare en snelle wijze aangezet, gestopt en van vooruit op achteruit of andersom gezet kunnen worden. 2 Het kritieke peil van a. de temperatuur van het koelwater van de voortstuwingsmotoren; b. de druk van de smeerolie van de voortstuwingsmotoren en de transmissie; c. de olie- en luchtdruk van de omkeerinrichting van de voortstuwingsmotoren, de keerkoppeling of de schroeven; moet worden aangegeven door daartoe geschikte inrichtingen, die bij het bereiken van kritieke waarden een alarmsignaal in werking stellen. 3 Bij schepen met slechts één voortstuwingsmotor mag, behalve ingeval van overtoeren, de motor niet automatisch worden stopgezet. 4 Doorvoeringen van assen moeten zodanig zijn uitgevoerd dat geen waterverontreinigende smeermiddelen naar buiten kunnen treden.