BWBR0007858
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 4.02
Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995
Vrijboord ... [Regeling vervallen per 01-07-2009] 1 Het vrijboord bedraagt voor schepen met een doorlopend dek zonder zeeg en zonder bovenbouw 150 mm. 2 Bij schepen met zeeg en bovenbouw wordt het vrijboord berekend volgens de formule: In deze formule betekent: α de correctie-coëfficiënt, waarin met alle aanwezige bovenbouwen rekening wordt gehouden; β v de correctie-coëfficiënt voor de invloed van de voorste zeeg, veroorzaakt door de aanwezigheid van bovenbouwen in het voorste vierde deel van de scheepslengte L; β a de correctie-coëfficiënt voor de invloed van de achterste zeeg, veroorzaakt door de aanwezigheid van bovenbouwen in het achterste vierde deel van de scheepslengte L; Se v de in rekening te brengen voorste zeeg in mm; Se a de in rekening te brengen achterste zeeg in mm. 3 De coëfficiënt wordt berekend volgens de formule: In deze formule betekent: le m de in rekening te brengen lengte van een bovenbouw in m op de middelste helft van de scheepslengte L; le v de in rekening te brengen lengte van een bovenbouw in m in het voorste vierde deel van de scheepslengte L; le a de in rekening te brengen lengte van een bovenbouw in m in het achterste vierde deel van de scheepslengte L. De in rekening te brengen lengte van een bovenbouw wordt berekend volgens de volgende formules: , , In deze formules betekent: l de werkelijke lengte van de desbetreffende bovenbouw in m; b de breedte van de desbetreffende bovenbouw in m; B 1 de breedte van het schip in m, gemeten op de buitenkant van de huidbeplating ter hoogte van het dek, gemeten op de halve lengte van de desbetreffende bovenbouw; h de hoogte van de desbetreffende bovenbouw in m. Voor luikhoofden wordt h evenwel berekend door de hoogte van de luikhoofden met de halve veiligheidsafstand overeenkomstig artikel 4.01 te verminderen. Voor h wordt in geen geval een hogere waarde dan 0,36 m aangenomen. Wanneer het quotiënt van b en B of van b en B 1 kleiner is dan 0,6 moet de in rekening te brengen lengte van de bovenbouw le gelijk aan nul worden gesteld. 4 De coëfficiënten β v en β a worden volgens de volgende formules berekend: 5 De respectievelijk in rekening te brengen voorste en achterste zeeg Se v en Se a wordt volgens de volgende formules berekend: Se v = s v . p , Se a = s a . p . In deze formules betekent: S v de werkelijke zeeg in het voorschip in mm; voor S v mag echter geen grotere waarde dan 1000 mm worden aangenomen; S a de werkelijke zeeg in het achterschip in mm; voor S a mag echter geen grotere waarde dan 500 mm worden aangenomen; p een coëfficiënt, die volgens de volgende formule wordt berekend: Hierin is x de van het scheepseinde af gemeten abscis tot het punt waar de zeeg gelijk is aan 0,25 S v of 0,25 S a (zie onderstaande schets): Voor de coëfficiënt p mag echter geen waarde groter dan 1 worden genomen. 6 Wanneer de waarde van β a .Se a groter is dan die van β v .Se v wordt in plaats van de waarde van β a .Se a die van β v .Se v genomen.