BWBR0007858
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 23.12
Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995
Minimum bemanning van passagiersschepen ... [Regeling vervallen per 01-07-2009] 1 De minimum-bemanning voor schepen voor dagtochten bestaat uit: Groep Bemannings-leden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 A1 A2 B S1 S2 S1 S2 S1 S2 1 Toegestaan aantal passagiers: tot en met 75 schipper 1 2 2 2 stuurman – – – – volmatroos – – – 1 matroos 1 1 2 – lichtmatroos – – – 1 machinist of matroos-motordrijver – – – – 2 Toegestaan aantal passagiers: van 76 tot en met 250 schipper 1 of 1 1 2 2 stuurman – – – – – volmatroos – – – – – matroos 1 – 1 – 1 lichtmatroos 1 – 1 1 19 1 a machinist of matroos-motordrijver – 1 – 1 1 3 Toegestaan aantal passagiers: van 251 tot en met 600 schipper 1 of 1 1 2 2 3 3 stuurman – – – – – – – volmatroos 1 1 1 – – – – matroos – – – 1 – 1 – lichtmatroos – 2 1 – 1 – 1 machinist of matroos-motordrijver 1 – – 1 1 1 1 4 Toegestaan aantal passagiers: van 601 tot en met 1000 schipper 1 1 2 2 3 3 stuurman 1 1 – – – – volmatroos – – – 1 – 1 matroos 1 – 2 – 2 – lichtmatroos 1 a 2 a – 1 – 1 machinist of matroos-motordrijver 1 1 1 1 1 1 5 Toegestaan aantal passagiers: van 1001 tot en met 2000 schipper 2 of 2 2 2 2 3 3 stuurman – – – – – – – volmatroos – – 1 – 1 – 1 matroos 3 2 1 3 1 3 1 lichtmatroos – 2 1 1 a 2 a 1 a 2 a machinist of matroos-motordrijver 1 1 1 1 1 1 1 6 Toegestaan aantal passagiers: meer dan 2000 schipper 2 2 2 2 3 3 stuurman – – – – – – volmatroos – 1 – 1 – 1 matroos 3 1 4 2 4 2 lichtmatroos 1 a 2 a – 1 1 a 2 a machinist of matroos-motordrijver 1 1 1 1 1 1 2 De minimum-bemanning voor stoomschepen voor dagtochten bestaat uit: Groep Bemannings-leden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 A1 A2 B S1 S2 S1 S2 S1 S2 1 Toegestaan aantal passagiers: van 501 tot en met 1000 schipper 1 1 2 2 3 3 stuurman 1 1 – – – – volmatroos 1 1 1 1 1 1 matroos 1 – 1 – 1 – lichtmatroos – 1 – 1 – 1 machinist of matroos-motordrijver 20 2 2 2 2 3 3 2 Toegestaan aantal passagiers: van 1001 tot en met 2000 schipper 2 of 2 2 2 2 3 3 stuurman – – – – – – volmatroos – – 1 – 1 – 1 matroos 3 2 1 3 1 3 1 lichtmatroos – 2 1 1 21 2 b 1 b 2 b machinist of matroos-motordrijver a 3 3 3 3 3 3 3 3 De minimum-bemanning voor hotelschepen bestaat uit: Groep Bemanningsleden Aantal bemanningsleden bij de exploitatiewijze A1, A2 of B en voor de uitrustingsstandaard S1, S2 A1 A2 B S1 S2 S1 S2 S1 S2 1 Toegestaan aantal bedden: tot en met 50 schipper 1 1 2 2 3 3 stuurman – – – – – – volmatroos 1 – – – – – matroos – – 1 – 1 – lichtmatroos – 2 – 1 – 1 machinist of matroos-motordrijver 1 1 1 1 1 1 2 Toegestaan aantal bedden: van 51 tot en met 100 schipper 1 1 2 2 3 3 stuurman 1 1 – – – – volmatroos – – – – – – matroos 1 – 1 – 1 – lichtmatroos – 1 – 1 – 1 machinist of matroos-motordrijver 1 1 1 1 1 1 3 Toegestaan aantal bedden: meer dan 100 schipper 1 of 1 1 2 2 3 3 stuurman 1 1 1 – – – – volmatroos – – – – 1 – 1 matroos 2 1 1 3 1 3 1 lichtmatroos – 2 1 – 1 – 1 machinist of matroos-motordrijver 1 1 1 1 1 1 1 4 Voor passagiersschepen, bedoeld in het eerste en het derde lid, die zonder passagiers aan boord varen, geldt de minimum-bemanning volgens artikel 23.10 . 5 De in het eerste en tweede lid voorgeschreven matrozen mogen door lichtmatrozen worden vervangen, die een minimum-leeftijd van 17 jaar hebben bereikt, zich ten minste in het derde leerjaar bevinden en een jaar vaartijd in de binnenvaart kunnen aantonen. 6 De in het eerste lid voorgeschreven minimum-bemanning (schepen voor dagtochten) a) in de groep 2, exploitatiewijze A1, Standaard S2, en b) in de groepen 3 en 5, exploitatiewijze A1, Standaard S1, kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning moeten met een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de lichtmatroos, bedoeld in het vijfde lid. 7 De in het tweede lid voorgeschreven minimum-bemanning (stoomschepen voor dagtochten) in de groep 2, exploitatiewijze A1, standaard S1, kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning moeten met een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven. Deze bepalingen zijn niet van toepassing op de lichtmatroos, bedoeld in het vijfde lid. 8 De in het eerste lid voorgeschreven minimum-bemanning (hotelschepen) in de groep 3, exploitatiewijze A1, standaard S1, kan voor de ononderbroken duur van ten hoogste drie maanden in een kalenderjaar met een lichtmatroos, die een schippersschool bezoekt, worden verminderd. Opeenvolgende periodes met een verminderde bemanning moeten met een periode van minimaal één maand worden onderbroken. Het bezoek aan de schippersschool moet worden aangetoond met een verklaring van de schippersschool, die zich aan boord moet bevinden en waarin de tijden van het schoolbezoek zijn aangegeven.