BWBR0007858
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 21.02
Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995
Toepasselijkheid van Deel II ... [Regeling vervallen per 01-07-2009] 1 Op pleziervaartuigen zijn van toepassing: a. van hoofdstuk 3 : de artikelen 3.01 , 3.02, eerste lid, onderdeel a, en tweede lid , 3.03, eerste lid, onderdeel a, en zesde lid , en 3.04, eerste lid ; b. hoofdstuk 5 ; c. van hoofdstuk 6 : de artikelen 6.01, eerste lid , en 6.08 ; d. van hoofdstuk 7 : de artikelen 7.01, eerste en tweede lid , 7.02 , 7.03, eerste en tweede lid , 7.04, eerste lid , en 7.05, tweede lid , en artikel 7.13 voor pleziervaartuigen met een éénmansstuurstand voor het varen met behulp van radar; e. van hoofdstuk 8 : de artikelen 8.01, eerste en tweede lid , 8.02, eerste en tweede lid , 8.03, eerste en derde lid , 8.04 , 8.05, eerste tot en met tiende lid en dertiende lid , 8.06, eerste, tweede, vijfde, zevende en tiende lid , 8.07, eerste lid , en 8.08 ; f. van hoofdstuk 9 : artikel 9.01, eerste lid , van overeenkomstige toepassing; g. van hoofdstuk 10 : de artikelen 10.01, tweede, derde en vijfde tot en met veertiende lid , 10.02, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en tweede lid, onderdelen a en e tot en met h , en 10.03, eerste lid, onderdelen a, b en d ; er moeten echter ten minste twee draagbare blustoestellen aan boord aanwezig zijn; en voorts de artikelen 10.03, tweede tot en met zesde lid , 10.03a , 10.03b en 10.05 ; h. hoofdstuk 13 ; i. hoofdstuk 14 . 2 In het geval van pleziervaartuigen, waarop richtlijn nr. 94/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 juni 1994 inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de Lidstaten met betrekking tot pleziervaartuigen (PbEG L 164) van toepassing is, hebben het eerste onderzoek en het aanvullend onderzoek slechts betrekking op: a. artikel 6.08 , in het geval dat een bochtaanwijzer aanwezig is; b. de artikelen 7.01, tweede lid , 7.02 , en 7.03, eerste lid , alsmede artikel 7.13 , in het geval dat er sprake is van een éénmansstuurstelling voor het varen op radar; c. de artikelen 8.01, tweede lid , 8.02, eerste lid , 8.03, derde lid , 8.05, vijfde lid , 8.06, tweede lid , en 8.08 ; d. artikel 10.01, tweede, derde, zesde en veertiende lid , artikel 10.02, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede lid, onderdelen a en e tot en met h , artikel 10.03, eerste lid, onderdelen b en d, en tweede tot en met zesde lid , en artikel 10.05 ; e. hoofdstuk 13 ; f. van hoofdstuk 14 : 1°. artikel 14.12 ; 2°. artikel 14.13 , waarbij de keuring na ingebruikneming van de vloeibaargasinstallatie overeenkomstig de eisen van de richtlijn geschiedt en aan de Commissie van Deskundigen hierover een verslag van de keuring moet worden uitgebracht; 3°. de artikelen 14.14 en 14.15 met dien verstande, dat de vloeibaargasinstallatie aan de eisen van de richtlijn moet beantwoorden; 4°. hoofdstuk 14 in zijn geheel, indien de vloeibaargasinstallatie wordt ingebouwd nadat het pleziervaartuig in het verkeer is gebracht.