1. De aanvraag om een bijdrage wordt ingediend door tussenkomst van de Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat in de betrokken regio.
2. Bij een aanvraag verstrekt de aanvrager, onverminderd
artikel 4, eerste lid, van het Besluit:
a. een onderbouwing van het project;
b. een overzicht van de financiering van het project;
c. een overzicht van alle maatregelen die voor de totstandkoming van de vaarwegaansluiting moeten worden getroffen;
d. een opgave van het jaar waarin het project wordt voltooid; en
e. de voorgenomen garantie, bedoeld in artikel 7, derde lid.
3. Indien een aanvraag niet volledig is, stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid binnen vier weken de aanvraag aan te vullen. Indien na ommekomst van deze termijn de aanvraag niet volledig is, besluit de Minister de aanvraag niet te behandelen.