1. Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsbladwaarin zij wordt geplaatst.
2.
Artikel 7, derde lid, van de Natuurschoonwet 1928vindt met betrekking tot onroerende zaken als bedoeld in
artikel 1, derde lid, van de Natuurschoonwet 1928slechts toepassing indien het overlijden, de schenking of de in
artikel 45, derde lid, tweede volzin, of
artikel 53, eerste lid, van de Successiewet 1956bedoelde gebeurtenis op of na het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet plaatsvindt, zomede indien op of na dat tijdstip krachtens schenking wordt verkregen door vervulling van een voorwaarde.