Artikel 1
De Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP) wordt de bevoegdheid verleend om namens de Minister van Binnenlandse Zaken besluiten te nemen inzake de uitvoering van:
a. de Wet instelling Bijstandskorps (Stb. 1962, 196);
b. het Bijstandsambtenarenreglement (Stb. 1962, 360) en de daarmee verband houdende rechtspositie- en afvloeiingsregelingen;
c. de Ordonnantie tot vaststelling van het Pensioenreglement Nederlands Nieuw-Guinea (G.B. 1958, 83);
d. de Toeslagregeling pensioenen Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba (Stb. 1967, 260);
e. de Overbruggingsregeling Surinaamse pensioenen (Stb. 1975, 725);
f. de Garantiewet burgerlijk overheidspersoneel Indonesië (Stb. 1950, K 178) en de daarmee verband houdende Indische pensioen-, rechtspositie- en afvloeiingsregelingen;
g. de Garantiewet Militairen KNIL (Stb. 1951, 239) en de daarmee verband houdende Indische pensioen-, rechtspositie- en afvloeiingsregelingen militairen KNIL.
a. de Wet instelling Bijstandskorps (Stb. 1962, 196);
b. het Bijstandsambtenarenreglement (Stb. 1962, 360) en de daarmee verband houdende rechtspositie- en afvloeiingsregelingen;
c. de Ordonnantie tot vaststelling van het Pensioenreglement Nederlands Nieuw-Guinea (G.B. 1958, 83);
d. de Toeslagregeling pensioenen Suriname, de Nederlandse Antillen en Aruba (Stb. 1967, 260);
e. de Overbruggingsregeling Surinaamse pensioenen (Stb. 1975, 725);
f. de Garantiewet burgerlijk overheidspersoneel Indonesië (Stb. 1950, K 178) en de daarmee verband houdende Indische pensioen-, rechtspositie- en afvloeiingsregelingen;
g. de Garantiewet Militairen KNIL (Stb. 1951, 239) en de daarmee verband houdende Indische pensioen-, rechtspositie- en afvloeiingsregelingen militairen KNIL.