1. De dienstplichtige heeft maandelijks aanspraak op een inkomenstoeslag.
2. Het bedrag van de inkomenstoeslag wordt zo vastgesteld dat - na toekenning van de overhevelingstoeslag ingevolge de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies en na aftrek van de verschuldigde loonbelasting ingevolge de
Wet op de loonbelasting 1964en van de verschuldigde premies volksverzekeringen ingevolge de
Wet financiering volksverzekeringen- wordt uitbetaald:
a. een bedrag dat gelijk is aan 85/100 van de verschuldigde premie voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten onder aftrek van dat deel van de overhevelingstoeslag dat betrekking heeft op die premie;
b. het bedrag dat gelijk is aan het bedrag, genoemd in artikel 2;
c. aan de dienstplichtige die ingevolge artikel 66, eerste lid, van het Reglement rechtstoestand dienstplichtigen aanspraak heeft op een tegemoetkoming in de ziektekosten van door hem ten behoeve van zijn gezinsleden gemaakte ziektekosten of voor wie door het Ministerie van Defensie verrekening plaats heeft met de Ziekenfondsraad van de verschuldigde ziekenfondspremies te behoeve van zijn gezinsleden, een bedrag ter hoogte van de voor zijn gezinsleden verschuldigde nominale premie algemene verzekering bijzondere ziektekosten.
3. De uitbetaling van de aanspraken bedoeld in het tweede lid, onder
aen
bgeschiedt maandelijks.
4. De uitbetaling van de aanspraken bedoeld in het tweede lid, onder
cgeschiedt driemaandelijks achteraf, gelijktijdig met de uitbetaling van de premierestitutie genoemd in artikel 11 en in artikel 21, derde lid van de Regeling gezondheidszorg.