BWBR0007625
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 8.3.1
Wet educatie en beroepsonderwijs
1. Onder een voortijdige schoolverlater in de zin van deze titel wordt verstaan degene op wie artikel 8.1.8, eerste lid onder a en b, van toepassing is en
a. die het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 8.1.7, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, of
b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a, een schooldiploma als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/14d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14d</a>of <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/14g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">14g van de Wet op de expertisecentra</a>of een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/2.58" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.58, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>en werkzaam is op grond van een arbeidsovereenkomst.
a. die het onderwijs of het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan de instelling waaraan hij is ingeschreven gedurende een aaneengesloten periode van ten minste vier weken of een door het bevoegd gezag te bepalen kortere periode zonder geldige reden, waaronder in ieder geval de redenen, bedoeld in artikel 8.1.7, negende lid, worden verstaan, niet meer volgt, of
b. die niet meer aan een instelling is ingeschreven en evenmin is ingeschreven aan een school als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020 dan wel aan een school of instelling als bedoeld in de Wet op de expertisecentra.
2. Voor zover nodig in afwijking van het eerste lid wordt onder een voortijdig schoolverlater niet verstaan degene die in het bezit is van een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid onderdeel a, een schooldiploma als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/14d" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14d</a>of <a href="/wet/BWBR0003549/artikel/14g" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">14g van de Wet op de expertisecentra</a>of een schooldiploma praktijkonderwijs als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0044212/artikel/2.58" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.58, derde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020</a>en werkzaam is op grond van een arbeidsovereenkomst.