BWBR0007625
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 2.3.2
Wet educatie en beroepsonderwijs
1. Onze Minister verstrekt ten behoeve van de taak van de colleges van burgemeester en wethouders in de betreffende regio aan de contactgemeenten een uitkering. De uitkering wordt, binnen het raam van de door de begrotingswetgever beschikbaar gestelde middelen, berekend aan de hand van voor elke gemeente gelijkelijk geldende maatstaven. Deze uitkering is bestemd voor een aanbod van opleidingen educatie aan een persoon als bedoeld in artikel 2.3.3, eerste lid, niet zijnde een inburgeringsplichtige als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0044770/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3 van de Wet inburgering 2021</a>.
2. De contactgemeente draagt er zorg voor dat de doelgroepen in alle gemeenten in de betreffende regio overeenkomstig het regionaal programma, bedoeld in het artikel 2.3.1, derde lid, onder a, gebruik kunnen maken van de educatievoorzieningen die met behulp van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, tot stand zijn gekomen.
3. De uitkering wordt vastgesteld in september voorafgaande aan het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de berekeningswijze en de betaalbaarstelling van de uitkering.
2. De contactgemeente draagt er zorg voor dat de doelgroepen in alle gemeenten in de betreffende regio overeenkomstig het regionaal programma, bedoeld in het artikel 2.3.1, derde lid, onder a, gebruik kunnen maken van de educatievoorzieningen die met behulp van de uitkering, bedoeld in het eerste lid, tot stand zijn gekomen.
3. De uitkering wordt vastgesteld in september voorafgaande aan het kalenderjaar waarop zij betrekking heeft.
4. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de berekeningswijze en de betaalbaarstelling van de uitkering.