1. De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 1, tweede lid, is ontheffing verleend van het bepaalde in
artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:
a. de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg een opleiding tot verbalisant dan wel fraudecoördinator Belastingdienst heeft voltooid;
b. de onder a. bedoelde opleiding omvat ten minste het niveau van de relevante eindtermen zoals vastgesteld bij circulaire van de Minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, en is onderworpen aan goedkeuring door de Minister van Justitie;
c. de toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een toetsingscommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
d. door middel van een systeem van periodieke bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau gehandhaafd blijft.
2. De buitengewoon opsporingsambtenaar die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit een opleiding tot verbalisant dan wel fraudecoördinator of de basisopleiding douane heeft gevolgd, is bekwaam voor zover dmv van een systeem van periodieke bijscholing is gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau gehandhaafd blijft.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar die belast is met het opmaken van processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen, is ontheffing verleend van het bepaalde in
artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.