1. Aan de belanghebbende die over het werkgeversaandeel in de bijdrage aan de verschuldigde premie ingevolge het
Besluit GVPde premie ingevolge de
Wet financiering volksverzekeringenis verschuldigd, wordt een financiële tegemoetkoming verleend.
2. Een financiële tegemoetkoming wordt niet verleend, indien reeds op grond van het berekeningsloon vermeerderd met de toeslag in de zin van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies in het desbetreffende kalenderjaar de maximaal verschuldigde premie voor de
Wet financiering volksverzekeringenwordt betaald.
3. De in het eerste lid bedoelde tegemoetkoming wordt, op basis van maandelijkse cumulatie, als volgt berekend. Het berekeningsloon wordt verminderd met het maandelijks gedeelte van de basisaftrek, bedoeld in
artikel 20 van de Wet op de loonbelasting 1964, en vermenigvuldigd met het percentage van het werkgeversaandeel in de bijdrage aan de verschuldigde premie ingevolge het
Besluit GVP. Dit bedrag wordt vervolgens vermeerderd met de toeslag in de zin van de Wet overhevelingstoeslag opslagpremies en vermenigvuldigd met het premiepercentage, bedoeld in
artikel 11, eerste lid, van de Wet financiering volksverzekering.
4. Het bedrag wordt eenmaal per kalenderjaar uitbetaald. De uitbetaling vindt plaats uiterlijk in de tweede kalendermaand van het jaar volgend op het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft.
5. Bij een indiensttreding of een ontslag in de loop van het kalenderjaar vindt vaststelling van de tegemoetkoming plaats in evenredigheid met het aantal gewerkte kalendermaanden in het betreffende jaar, op basis van de datum van werkelijke in- respectievelijk uitdiensttreding.