1. De kosten van de adviescommissie komen voor rekening van de minister, overeenkomstig een door de minister goed te keuren begroting.
2. Ten aanzien van vergoedingen voor reis- en verblijfkosten en van onkosten/vacatiegelden zijn respectievelijk het
Reisbesluit Binnenland(Stb. 1993, 144) en het Vacatiegeldenbesluit (Stb. 1988, 205) van toepassing.