BWBR0007452
14 artikelen
Reglement politieregister INSYS Divisie CRI
Artikel 2
1. Het register heeft tot doel de informatievoorziening in het kader van de uitvoering van artikel 2 van de Politiewet 1993binnen de Divisie CRI mogelijk te maken voor zover het betreft de inzet van infiltranten, mede ten einde een zo groot mogelijke veiligheid van de betrokken personen te bewerkstelligen.
2. Gegevens uit het register kunnen worden gebruikt ten behoeve van interne bedrijfsstatistiek, interne bedrijfsvoering en interne ontwikkeling van beleid met betrekking tot de uitvoering van de politietaak.
2. Gegevens uit het register kunnen worden gebruikt ten behoeve van interne bedrijfsstatistiek, interne bedrijfsvoering en interne ontwikkeling van beleid met betrekking tot de uitvoering van de politietaak.
Artikel 3
1. Het register wordt deels geautomatiseerd en deels handmatig gevoerd.
2. Het register wordt gevoerd bij de Divisie CRI te Zoetermeer. Het register is alleen daar rechtstreeks toegankelijk.
2. Het register wordt gevoerd bij de Divisie CRI te Zoetermeer. Het register is alleen daar rechtstreeks toegankelijk.
Artikel 4
1. De functioneel registerbeheerder is, onder verantwoordelijkheid van de beheerder en de registerbeheerder, belast met de zeggenschap over het register. Hij draagt zorg voor de naleving van de WPolr, het BPolren het reglement. Hij treft daartoe onder meer voorzieningen van technische en organisatorische aard ter beveiliging van het register tegen verlies of aantasting van gegevens en tegen onbevoegde kennisneming, wijziging of verstrekking daarvan. Tevens treft hij maatregelen ter bevordering van de juistheid en volledigheid van de in het register opgenomen gegevens.
2. De functioneel registerbeheerder wijst het Hoofd van de Afdeling Nationale Coördinatie Politiële Infiltratie aan als zijnde belast met de dagelijkse leiding over het gegevensbeheer.
3. De functioneel registerbeheerder wijst bij besluit functionarissen aan die zijn belast met de opname van een aanduiding omtrent de betrouwbaarheid betreffende de in artikel 7bedoelde gevoelige gegevens.
2. De functioneel registerbeheerder wijst het Hoofd van de Afdeling Nationale Coördinatie Politiële Infiltratie aan als zijnde belast met de dagelijkse leiding over het gegevensbeheer.
3. De functioneel registerbeheerder wijst bij besluit functionarissen aan die zijn belast met de opname van een aanduiding omtrent de betrouwbaarheid betreffende de in artikel 7bedoelde gevoelige gegevens.
Artikel 5
In het register worden gegevens opgenomen betreffende de volgende categorieën van personen:
a. verdachten;
b. infiltranten;
c. leden van begeleidingsteams;
d. personen die op enigerlei wijze kennis dragen of kunnen dragen van de identiteit (ware of aangenomen) of het signalement van infiltranten.
a. verdachten;
b. infiltranten;
c. leden van begeleidingsteams;
d. personen die op enigerlei wijze kennis dragen of kunnen dragen van de identiteit (ware of aangenomen) of het signalement van infiltranten.
Artikel 6
1. Omtrent de in artikel 5, onder a, genoemde categorie van personen worden ten hoogste de volgende soorten van gegevens opgenomen:
a. volledige personalia;
b. geboortegegevens;
c. geslacht;
d. adresgegevens;
e. nationaliteit;
f. beroep;
g. bijnaam of alias;
h. signalement;
i. andere op de verdachte betrekking hebbende relevante gegevens;
j. datum, tijdstip, plaats, aard en andere op de zaak betrekking hebbende gegevens.
2. Omtrent de in artikel 5, onder b, genoemde categorie van personen worden ten hoogste de volgende soorten van gegevens opgenomen:
a. personalia;
b. rang, dienstnummer, functie en codenummer;
c. aanduiding korps, dienst en afdeling;
d. aangenomen identiteit;
e. overige met het oog op de infiltratie van belang zijnde gegevens.
3. Omtrent de in artikel 5, onder c, genoemde categorie van personen worden ten hoogste de volgende soorten van gegevens opgenomen:
a. personalia;
b. rang, dienstnummer en functie;
c. aanduiding korps, dienst en afdeling;
d. aangenomen identiteit;
e. overige met het oog op de infiltratie van belang zijnde gegevens.
4. Omtrent de in artikel 5, onder d, genoemde categorie van personen worden ten hoogste de volgende soorten van gegevens opgenomen:
a. personalia;
b. geboortedatum en -plaats;
c. geslacht;
d. adresgegevens;
e. overige met het oog op de infiltratie van belang zijnde gegevens.
a. volledige personalia;
b. geboortegegevens;
c. geslacht;
d. adresgegevens;
e. nationaliteit;
f. beroep;
g. bijnaam of alias;
h. signalement;
i. andere op de verdachte betrekking hebbende relevante gegevens;
j. datum, tijdstip, plaats, aard en andere op de zaak betrekking hebbende gegevens.
2. Omtrent de in artikel 5, onder b, genoemde categorie van personen worden ten hoogste de volgende soorten van gegevens opgenomen:
a. personalia;
b. rang, dienstnummer, functie en codenummer;
c. aanduiding korps, dienst en afdeling;
d. aangenomen identiteit;
e. overige met het oog op de infiltratie van belang zijnde gegevens.
3. Omtrent de in artikel 5, onder c, genoemde categorie van personen worden ten hoogste de volgende soorten van gegevens opgenomen:
a. personalia;
b. rang, dienstnummer en functie;
c. aanduiding korps, dienst en afdeling;
d. aangenomen identiteit;
e. overige met het oog op de infiltratie van belang zijnde gegevens.
4. Omtrent de in artikel 5, onder d, genoemde categorie van personen worden ten hoogste de volgende soorten van gegevens opgenomen:
a. personalia;
b. geboortedatum en -plaats;
c. geslacht;
d. adresgegevens;
e. overige met het oog op de infiltratie van belang zijnde gegevens.
Artikel 7
1. In aanvulling op de in artikel 6, eerste en vierde lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en d, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun ras voor zover dit onvermijdelijk is met het oog op hun identificatie.
2. In aanvulling op de in artikel 6, eerste en vierde lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en d, genoemde categorie van personen gegevens opgenomen betreffende hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is voor de veiligheid van de infiltrant en voor de goede uitvoering van de operatie.
3. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. ter afwering van dreigend gevaar voor leven of gezondheid van politie-ambtenaren en overige bij de uitvoering van de operatie betrokkenen.
2. In aanvulling op de in artikel 6, eerste en vierde lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a en d, genoemde categorie van personen gegevens opgenomen betreffende hun godsdienst of levensovertuiging, politieke gezindheid, seksualiteit en intiem levensgedrag voor zover dit onvermijdelijk is voor de veiligheid van de infiltrant en voor de goede uitvoering van de operatie.
3. In aanvulling op de in artikel 6, eerste lid, genoemde gegevens worden omtrent de in artikel 5, onder a, genoemde categorieën van personen gegevens opgenomen betreffende hun medische en psychologische kenmerken voor zover dit onvermijdelijk is:
a. met het oog op hun identificatie;
b. ter afwering van dreigend gevaar voor leven of gezondheid van politie-ambtenaren en overige bij de uitvoering van de operatie betrokkenen.
Artikel 8
1. De gegevens worden uit het register verwijderd wanneer deze niet meer noodzakelijk zijn voor het doel van het register, en zodra mogelijk vernietigd.
2. De gegevens van de personen, genoemd in art 5, onder a, b en c, worden in ieder geval verwijderd na verloop van 20 jaar na het jaar van opname.
3. De overige gegevens worden in ieder geval uit het register verwijderd na verloop van tien jaar na het jaar van opname.
2. De gegevens van de personen, genoemd in art 5, onder a, b en c, worden in ieder geval verwijderd na verloop van 20 jaar na het jaar van opname.
3. De overige gegevens worden in ieder geval uit het register verwijderd na verloop van tien jaar na het jaar van opname.
Artikel 10
Rechtstreekse toegang tot het register, dan wel onderdelen daarvan, hebben personen die daartoe overeenkomstig de WPolren het BPolrdoor de functioneel registerbeheerder zijn geautoriseerd. De autorisatie geeft aan voor welk doel de rechtstreekse toegang wordt verleend. Op verzoek wordt inzage gegeven in de autorisaties.
Artikel 11
1. Van iedere verstrekking die rechtstreeks langs geautomatiseerde weg geschiedt, wordt overeenkomstig de WPolren het BPolraantekening gehouden.
2. Van iedere verstrekking die niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg geschiedt, wordt overeenkomstig de WPolren het BPolraantekening gehouden, tenzij overeenkomstig het doel wordt verstrekt aan vaste gebruikers.
3. Vaste gebruikers zijn personen die geautoriseerd zijn tot rechtstreekse toegang
2. Van iedere verstrekking die niet rechtstreeks langs geautomatiseerde weg geschiedt, wordt overeenkomstig de WPolren het BPolraantekening gehouden, tenzij overeenkomstig het doel wordt verstrekt aan vaste gebruikers.
3. Vaste gebruikers zijn personen die geautoriseerd zijn tot rechtstreekse toegang
Artikel 12
1. Een geregistreerde kan de functioneel registerbeheerder ingevolge artikel 20 van de WPolrverzoeken hem mede te delen:
a. of hij in het register voorkomt;
b. welke gegevens over hem in het register zijn opgenomen;
c. van wie of van welke instanties de in het register over hem opgenomen gegevens zijn verkregen;
d. aan wie of aan welke instanties gegevens over hem zijn verstrekt.
2. Een verzoek tot kennisneming dient schriftelijk gericht te worden aan de functioneel registerbeheerder, t.a.v. de privacyfunctionaris (Postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer). Het verzoek is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van € 4,50 op postgirorekening nr. 4382532 van de Divisie CRI onder vermelding van ’privacyverzoek’.
3. Een verzoek tot kennisneming wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.
4. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.
5. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
6. Op een verzoek tot kennisneming wordt binnen vier weken nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist.
7. De functioneel registerbeheerder draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt alsmede die van degene namens wie hij optreedt.
8. Aan een verzoek tot kennisneming wordt geen gevolg gegeven, voor zover het de verstrekking van gegevens door of aan een criminele inlichtingendienst betreft of wanneer een gewichtig belang van een derde dan wel het belang van opsporingsonderzoek daartoe noodzaakt.
9. In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek tot kennisneming in schriftelijke vorm gedaan.
a. of hij in het register voorkomt;
b. welke gegevens over hem in het register zijn opgenomen;
c. van wie of van welke instanties de in het register over hem opgenomen gegevens zijn verkregen;
d. aan wie of aan welke instanties gegevens over hem zijn verstrekt.
2. Een verzoek tot kennisneming dient schriftelijk gericht te worden aan de functioneel registerbeheerder, t.a.v. de privacyfunctionaris (Postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer). Het verzoek is ontvankelijk na ontvangst van de betaling van € 4,50 op postgirorekening nr. 4382532 van de Divisie CRI onder vermelding van ’privacyverzoek’.
3. Een verzoek tot kennisneming wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.
4. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.
5. Een verzoek tot kennisneming kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Mededelingen aan een dergelijke gemachtigde vinden niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de mede te delen gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
6. Op een verzoek tot kennisneming wordt binnen vier weken nadat het verzoek ontvankelijk is, beslist.
7. De functioneel registerbeheerder draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. De behandelend functionaris kan verlangen dat de verzoeker hem bescheiden toont waaruit zijn identiteit blijkt alsmede die van degene namens wie hij optreedt.
8. Aan een verzoek tot kennisneming wordt geen gevolg gegeven, voor zover het de verstrekking van gegevens door of aan een criminele inlichtingendienst betreft of wanneer een gewichtig belang van een derde dan wel het belang van opsporingsonderzoek daartoe noodzaakt.
9. In geen geval worden mededelingen in antwoord op een verzoek tot kennisneming in schriftelijke vorm gedaan.
Artikel 13
1. Een geregistreerde aan wie ingevolge artikel 20 van de WPolrkennisneming is verleend, kan de functioneel registerbeheerder ingevolge artikel 22 van de WPolrverzoeken:
a. bepaalde gegevens over hem te verbeteren;
b. bepaalde gegevens over hem aan te vullen;
c. bepaalde gegevens over hem te verwijderen.
2. Een correctieverzoek dient schriftelijk gericht te worden aan de functioneel registerbeheerder, t.a.v. de privacyfunctionaris (Postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer). In het verzoek dient de gewenste verbetering, aanvulling of verwijdering aangegeven te worden.
3. Een correctieverzoek wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.
4. Een correctieverzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.
5. Een correctieverzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Verstrekking aan een dergelijke gemachtigde vindt niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de te verstrekken gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
6. Op een correctieverzoek wordt binnen acht weken nadat het verzoek ontvangen is, schriftelijk beslist. Een weigering wordt gemotiveerd.
a. bepaalde gegevens over hem te verbeteren;
b. bepaalde gegevens over hem aan te vullen;
c. bepaalde gegevens over hem te verwijderen.
2. Een correctieverzoek dient schriftelijk gericht te worden aan de functioneel registerbeheerder, t.a.v. de privacyfunctionaris (Postbus 3016, 2700 KX Zoetermeer). In het verzoek dient de gewenste verbetering, aanvulling of verwijdering aangegeven te worden.
3. Een correctieverzoek wordt ten aanzien van minderjarigen die de leeftijd van 16 jaren nog niet hebben bereikt, en ten aanzien van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers.
4. Een correctieverzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijke machtiging, namens de betrokkene worden gedaan door diens advocaat of procureur.
5. Een correctieverzoek kan, onder overlegging van een bijzondere daartoe strekkende schriftelijk machtiging, namens de betrokkene eveneens worden gedaan door een ander. Verstrekking aan een dergelijke gemachtigde vindt niet plaats indien aangenomen kan worden dat deze mede een zelfstandig belang heeft bij de te verstrekken gegevens of indien tegen hem ernstige bezwaren bestaan.
6. Op een correctieverzoek wordt binnen acht weken nadat het verzoek ontvangen is, schriftelijk beslist. Een weigering wordt gemotiveerd.
Artikel 14
1. Het reglement treedt in werking met ingang van 18 juni 1995.
2. Het reglement kan worden aangehaald als: Reglement politieregister INSYS Divisie CRI
2. Het reglement kan worden aangehaald als: Reglement politieregister INSYS Divisie CRI