1. De subwerkgroep heeft als taak om te bezien welke mogelijkheden kunnen worden ingezet binnen het fiscale stelsel die het belang van de bescherming van het milieu dienen en een duurzame ontwikkeling van de economie bevorderen.
2. De subwerkgroep behoeft zich, dit in tegenstelling tot de werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting, niet te beperken tot de loon- en inkomstenbelasting.
3. De subwerkgroep rapporteert zoveel mogelijk in de vorm van concrete voorstellen die nationaal realiseerbaar zijn.
4. De subwerkgroep kan ook voorstellen doen voor algemene voorwaarden waaraan voorstellen voor vergroening van het fiscale stelsel moeten voldoen.
5. De voorstellen kunnen zich richten op modificaties van bestaande belastingen, in de zin van differentiaties, verfijningen, bijzondere regelingen en van tariefsaanpassingen, en op de toekomst van de belastingen op milieugrondslag. De bestaande en in voorbereiding zijnde belastingen op milieugrondslag kunnen daarbij in de beschouwingen worden betrokken en worden doorgelicht op de drie niveaus (elegantie, reparatie, structuur) aangegeven in artikel 2, eerste lidvan voornoemd besluit van 22 december 1994.
6. De verwachte effecten van de voorstellen dienen zo concreet mogelijk zichtbaar te worden gemaakt.
7. De subwerkgroep zal het reiskostenforfait, de autokostenfictie en in het algemeen de behandeling van de auto in de loon- en inkomstenbelasting bezien vanuit de in lid 1 genoemde invalshoek.