1. Geen ouderbijdrage op grond van deze wet is verschuldigd, indien de verzorging en het verblijf vóór 1 mei 1985 zijn aangevangen en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet geen bijdrage in de kosten van verzorging en verblijf dan wel een onderhoudsbijdrage of een bijdrage in de kosten van een maatregel van justitiële kinderbescherming is opgelegd.
2. Indien de verzorging en het verblijf zijn aangevangen na 1 mei 1985 en vóór de dag van inwerkingtreding van deze wet en op laatstbedoeld tijdstip door een ouder of stiefouder nog geen bijdrage verschuldigd was, bedraagt de bijdrage voor die ouder of stiefouder gedurende een half jaar na inwerkingtreding van deze wet de helft van de op grond van
Hoofdstuk VII van de Wet op de jeugdhulpverleningverschuldigde bijdrage.