Het bepaalde in
artikel 2, eerste lid, van de wetis niet van toepassing op een toezegging, indien aan de volgende bepalingen wordt voldaan.
1. Er wordt een bedrag gereserveerd, dat voldoende is te achten om de uit de toezegging voortspruitende verplichtingen na te komen, op de balans van één van de volgende rechtspersonen: a. de vennootschap, die de toezegging doet;
b. de vennootschap, waarvan de aandelen worden gehouden door de persoon, welke aandelen direct of indirect ten minste een tiende gedeelte vertegenwoordigen van het geplaatste kapitaal van de vennootschap die de toezegging doet;
c. de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die in elk geval de uitvoering van een toezegging tot doel heeft en die geen fonds is dat ingevolge de wet aan het toezicht van de Pensioen- & Verzekeringskamer is onderworpen.
a. de vennootschap, die de toezegging doet;
b. de vennootschap, waarvan de aandelen worden gehouden door de persoon, welke aandelen direct of indirect ten minste een tiende gedeelte vertegenwoordigen van het geplaatste kapitaal van de vennootschap die de toezegging doet;
c. de rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, die in elk geval de uitvoering van een toezegging tot doel heeft en die geen fonds is dat ingevolge de wet aan het toezicht van de Pensioen- & Verzekeringskamer is onderworpen.
2. De betrokken persoon verkrijgt, wanneer hij ophoudt aan de onderneming van de vennootschap verbonden te zijn anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, ten minste aanspraken overeenkomstig artikel 8 van de wet;
3. Voor zover de toezegging weduwen- of weduwnaarspensioen omvat, vindt in geval van beëindiging van het huwelijk van de betrokken persoon door echtscheiding of ontbinding na scheiding van tafel en bed, artikel 8a van de wet overeenkomstige toepassing;
4. Voor zover de toezegging weduwen- of weduwnaarspensioen omvat vindt artikel 8c van de wet overeenkomstige toepassing.