BWBR0007118
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 51a
Rijksoctrooiwet 1995
a ... 1 Een Europees octrooi wordt geacht van de aanvang af niet de in de artikelen 53 , 54, eerste lid , en 54a bedoelde rechtsgevolgen te hebben gehad, na de registratie van eenheidswerking van het octrooi in het register voor eenheidsoctrooibescherming, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van verordening (EU) nr. 1257/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming (PbEU 2012, L 361). 2 Op een Europees octrooi waarvan registratie van eenheidswerking heeft plaatsgevonden, zijn in Curaçao en Sint Maarten en in Bonaire, Sint Eustatius en Saba de bepalingen van verordening (EU) nr. 1257/2012 en verordening (EU) nr. 1260/2012 die zien op een Europees octrooi met eenheidswerking van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. voor «deelnemende lidstaten» telkens wordt gelezen «Curaçao, Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba»; en b. in artikel 6 van verordening 1257/2012 , voor «Unie» wordt gelezen «Unie, Curaçao en Sint Maarten en Bonaire, Sint Eustatius en Saba». 3 Het bureau doet van de in het eerste lid bedoelde registratie en de rechtsgevolgen daarvan voor het Europees octrooi onverwijld aantekening in het octrooiregister.