1. Het saneringsprogramma bevat ten minste:
a. een beschrijving van de wijze waarop aan de voorschriften inzake geluidhinder, die zijn verbonden aan de vergunning, wordt voldaan met betrekking tot op het industrieterrein gelegen: 1°. inrichtingen die zijn aangewezen krachtens artikel 41 van de wet, en
2°. andere inrichtingen dan die bedoeld onder 1°, waarvoor krachtens artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Kernenergiewet een vergunning is verleend;
1°. inrichtingen die zijn aangewezen krachtens artikel 41 van de wet, en
2°. andere inrichtingen dan die bedoeld onder 1°, waarvoor krachtens artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of de Kernenergiewet een vergunning is verleend;
b. een opsomming van de woningen die ten tijde van de vaststelling van de zone een hogere geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, ondervonden dan 55 dB(A);
c. een beschrijving van de mogelijk te treffen maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, b, d en e, onder vermelding van het effect daarvan op de geluidsbelasting, vanwege het industrieterrein, van de mogelijk aan te brengen fasering in de uitvoering van deze maatregelen, van de geschatte kosten die aan deze maatregelen zijn verbonden, alsmede van de geluidsbelasting die de onder b bedoelde woningen blijven ondervinden vanwege het industrieterrein indien deze maatregelen zijn uitgevoerd;
d. de keuze die gemaakt is uit de onder c bedoelde maatregelen, onder overeenkomstige vermelding van de onder c bedoelde gegevens;
e. een onderbouwing van de geluidsbelasting die het gevolg is van te verwachten ontwikkelingen ingeval van maatregelen als bedoeld in artikel 2a;
f. een verklaring dat maatregelen als bedoeld in artikel 111b, eerste lid, van de wet, zullen worden getroffen, indien de geluidsbelasting binnen de woning bij gesloten ramen meer bedraagt dan 40 dB(A).
2. Een saneringsprogramma bevat voorts één of meer kaarten, met bijbehorende verklaring, waarbij in elk geval de begrenzing van het industrieterrein en de rond dat terrein vastgestelde zone met een duidelijke lijn op de kaarten wordt aangegeven.
Deze kaart of kaarten worden ingericht met inachtneming van de volgende voorschriften:
a. de kaarten worden getekend op een duidelijke ondergrond;
b. de begrenzing van het gebied waarop het plan betrekking heeft, wordt met een duidelijke lijn op de kaarten aangegeven;
c. de kaarten worden vervaardigd op een schaal van ten minste 1 op 10 000, tenzij de omvang van het gebied of de aard van het plan een andere schaal noodzakelijk maakt;
d. uit de kaarten moet blijken de aansluiting van het in het plan begrepen gebied aan het daaromheen gelegen gebied;
e. indien een bestemmingsplan uit meerdere kaarten bestaat, moet uit een overzichtskaart de aansluiting van de kaarten onderling en de aansluiting aan het daaromheen gelegen gebied blijken;
f. op de kaarten worden de schaal en de noordpijl aangegeven;
g. op de kaarten worden de bestaande gebouwen en de namen van de belangrijkste wegen, straten en waterwegen aangegeven.
3. Bij ministeriële regeling worden nadere eisen gesteld met betrekking tot de vormgeving en inrichting van het saneringsprogramma en tot de gegevens die het saneringsprogramma dienen te vergezellen.