Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. reclame: alle vormen van colportage, marktverkenning of stimulering die bedoeld zijn om de verkoop, het afleveren, het voorschrijven of het verbruik van geneesmiddelen te bevorderen;
b. de wet: de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening;
c. het college: het College ter beoordeling van geneesmiddelen, bedoeld in artikel 29 van de wet;
d. beroepsbeoefenaren: apothekers, apotheekhoudende artsen, apothekersassistenten in de zin van de wet, personen op wie artikel 2f, eerste lid, van de wet van toepassing is, alsmede artsen, tandartsen en verloskundigen;
e. ondernemingen: rechtspersoonlijkheid bezittende organisaties waaraan een vergunning is verleend, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de wet.
2. Tot reclame worden in elk geval gerekend:
a. reclame, gericht op het publiek;
b. reclame, gericht op degenen die bevoegd zijn om geneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren, waaronder promotionele activiteiten zoals: 1e. bezoeken van artsenbezoekers;
2e. het verstrekken van monsters;
3e. aansporing om geneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren door voordelen in geld of natura toe te kennen, aan te bieden of in het vooruitzicht te stellen;
4e. sponsoring van bijeenkomsten of wetenschappelijke congressen, meer in het bijzonder de vergoeding van reis- en verblijfkosten in dit verband.
1e. bezoeken van artsenbezoekers;
2e. het verstrekken van monsters;
3e. aansporing om geneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren door voordelen in geld of natura toe te kennen, aan te bieden of in het vooruitzicht te stellen;
4e. sponsoring van bijeenkomsten of wetenschappelijke congressen, meer in het bijzonder de vergoeding van reis- en verblijfkosten in dit verband.
3. Onder reclame wordt mede verstaan: het aannemen of vragen van diensten of goederen in de omgang tussen farmaceutische ondernemingen en beroepsbeoefenaren in het kader van de beïnvloeding van de afzet van geregistreerde geneesmiddelen.
a. reclame: alle vormen van colportage, marktverkenning of stimulering die bedoeld zijn om de verkoop, het afleveren, het voorschrijven of het verbruik van geneesmiddelen te bevorderen;
b. de wet: de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening;
c. het college: het College ter beoordeling van geneesmiddelen, bedoeld in artikel 29 van de wet;
d. beroepsbeoefenaren: apothekers, apotheekhoudende artsen, apothekersassistenten in de zin van de wet, personen op wie artikel 2f, eerste lid, van de wet van toepassing is, alsmede artsen, tandartsen en verloskundigen;
e. ondernemingen: rechtspersoonlijkheid bezittende organisaties waaraan een vergunning is verleend, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de wet.
2. Tot reclame worden in elk geval gerekend:
a. reclame, gericht op het publiek;
b. reclame, gericht op degenen die bevoegd zijn om geneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren, waaronder promotionele activiteiten zoals: 1e. bezoeken van artsenbezoekers;
2e. het verstrekken van monsters;
3e. aansporing om geneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren door voordelen in geld of natura toe te kennen, aan te bieden of in het vooruitzicht te stellen;
4e. sponsoring van bijeenkomsten of wetenschappelijke congressen, meer in het bijzonder de vergoeding van reis- en verblijfkosten in dit verband.
1e. bezoeken van artsenbezoekers;
2e. het verstrekken van monsters;
3e. aansporing om geneesmiddelen voor te schrijven of af te leveren door voordelen in geld of natura toe te kennen, aan te bieden of in het vooruitzicht te stellen;
4e. sponsoring van bijeenkomsten of wetenschappelijke congressen, meer in het bijzonder de vergoeding van reis- en verblijfkosten in dit verband.
3. Onder reclame wordt mede verstaan: het aannemen of vragen van diensten of goederen in de omgang tussen farmaceutische ondernemingen en beroepsbeoefenaren in het kader van de beïnvloeding van de afzet van geregistreerde geneesmiddelen.