BWBR0006923
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 6.26
Rijnvaartpolitiereglement 1995
Doorvaren van schipbruggen ... Onverminderd de artikelen 6.07 , 6.08 en 6.24 gelden voor het doorvaren van een schipbrug de volgende bepalingen: a. een alleenvarend motorschip in afvaart, met uitzondering van een klein schip, mag een alleenvarend motorschip binnen een afstand van 1 km boven de schipbrug niet voorbijlopen. Alle andere schepen mogen elkaar binnen een afstand van 2 km boven de schipbrug niet voorbijlopen; b. een schip mag bij het doorvaren van de schipbrug niet sneller varen dan voor een veilige besturing noodzakelijk is en het moet zoveel mogelijk het midden van de doorvaartopening houden; c. een opvarend schip mag binnen een afstand van 100 m beneden de schipbrug niet stilhouden; d. een schip mag geen ankers uitzetten, kettingen laten slepen, trossen laten vieren, aan de oever meren of door welke andere handeling ook schade veroorzaken aan de verankeringen van de schipbrug.