BWBR0006923
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 6.02a
Rijnvaartpolitiereglement 1995
a. Vaarregels voor kleine schepen onderling ... 1 Een klein motorschip moet uitwijken voor een klein schip, niet zijnde een motorschip. 2 Een klein door spierkracht voortbewogen schip moet uitwijken voor een klein zeilschip. 3 Indien de koersen van twee kleine motorschepen elkaar kruisen, zó dat gevaar voor aanvaring bestaat, moet: a. indien zij recht of vrijwel recht tegen elkaar insturen, ieder van hen uitwijken naar stuurboord, om elkaar bakboord op bakboord voorbij te varen; b. indien hun koersen elkaar kruisen, onverminderd de artikelen 6.13 , 6.14 en 6.16 , het kleine schip, dat het andere aan stuurboordszijde van zich heeft, uitwijken. 4 Indien de koersen van twee kleine zeilschepen elkaar kruisen, zó, dat gevaar voor aanvaring bestaat, moet: a. ingeval beide schepen over verschillende boeg liggen, het schip dat over stuurboordsboeg ligt uitwijken voor het schip dat over bakboordsboeg ligt; b. ingeval beide schepen over dezelfde boeg liggen, het loefwaartse schip uitwijken voor het lijwaartse; c. ingeval een schip dat over stuurboordsboeg ligt aan zijn loefzijde een schip ziet en niet met zekerheid kan bepalen of dat schip over stuurboords- dan wel over bakboordsboeg ligt, het daarvoor uitwijken. Een klein zeilschip moet een ander klein zeilschip aan loef voorbijlopen. Loef is aan de zijde tegenover het gezette grootzeil. 5 Een klein schip mag niet zodanig opkruisen, dat het een klein schip, dat zijn stuurboordswal houdt, dwingt uit te wijken.