BWBR0006923
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 3.01
Rijnvaartpolitiereglement 1995
Begripsbepalingen en toepassing ( Bijlage 3: schets 1 ) ... 1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a. toplicht: een wit krachtig licht dat schijnt over een boog van de horizon van 225° en wel aan elke zijde van het schip van recht vooruit tot 22°30' achterlijker dan dwars en dat slechts over deze boog zichtbaar is; b. boordlichten: een groen helder licht aan stuurboordszijde en een rood helder licht aan bakboordszijde, die elk schijnen over een boog van de horizon van 112°30' achterlijker dan dwars en die slechts over deze boog zichtbaar zijn; c. heklicht: een wit helder of gewoon licht, dat schijnt over een boog van de horizon van 135° en wel aan elke zijde van het schip over 67°30' van recht achteruit en dat slechts over deze boog zichtbaar is; d. rondom schijnend licht: een licht dat schijnt over een boog van 360°. 2 Wanneer het zicht dit vereist, moeten de voor des nachts voorgeschreven lichten ook des daags worden gevoerd. 3 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt: a. een duwstel, waarvan de grootste lengte en de grootste breedte niet meer dan 110 m respectievelijk 12 m bedragen, beschouwd als een alleenvarend motorschip van dezelfde afmetingen, en b. een gekoppeld samenstel, waarvan de grootste lengte meer dan 140 m bedraagt, beschouwd als een duwstel van dezelfde lengte. 4 Een schetsmatige weergave van de bij dit hoofdstuk voorgeschreven tekens is opgenomen in bijlage 3 van dit reglement.