1. Het standaardtarief, bedoeld in
artikel 9, eerste lid, van het besluit wordt vastgesteld met behulp van de formules en symbolen opgenomen in de bijlage.
2. Bij de vaststelling van het standaardtarief wordt uitgegaan van de afgeronde overlevingstafels Gehele Bevolking mannen en Gehele Bevolking vrouwen 1995–2000 gepubliceerd door het Actuarieel Genootschap, zonder leeftijdsverschuivingen en met een opslag wegens stijgende levenskansen van 5% over de contante-waardefactoren.
3. Voor het ongehuwden-ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen wordt uitgegaan van de gehuwdheidsfrequenties zoals deze bij de sterftetafels Gehele Bevolking mannen en vrouwen 1985–1990 laatstelijk zijn gepubliceerd door het Actuarieel Genootschap, met dien verstande dat voor nabestaandenpensioen waarop
artikel 2b van de wetvan toepassing is de gehuwdheidsfrequentie op 1 wordt gesteld. Mannen worden geacht gehuwd te zijn met een drie jaar jongere vrouw, vrouwen worden geacht gehuwd te zijn met een drie jaar oudere man.
4. De contante-waardefactoren worden gebaseerd op de pensioenleeftijd en het verschil tussen de pensioendatum en de overdrachtsdatum in jaren en maanden van het overdragende uitvoeringsorgaan.