1. De voorschriften van de artikelen 11.08, tweede lid, onderdeel b, en 11.10, achtste lid, tweede volzin, betreffende de slanglengte, zijn slechts van toepassing op schepen waarvan de kiel werd gelegd na 30 september 1984, alsmede op veranderingen van de desbetreffende onderdelen.
2. Indien echter de toepassing van de in de artikelen 11.08, tweede lid, onderdeel a, en 11.10, eerste tot en met zesde lid, bedoelde voorschriften na afloop van de overgangstermijn in de praktijk moeilijk uitvoerbaar is of tot onevenredig hoge kosten leidt, kan de Commissie van Deskundigen op grond van aanbevelingen, berustend op een gemeenschappelijk besluit van de bevoegde organen van de Oeverstaten en van België, afwijkingen van deze voorschriften toestaan. Deze afwijkingen moeten in het certificaat van onderzoek worden vermeld.