BWBR0006799
Artikel 9
Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen
1 Wanneer de regering het voornemen heeft om over te gaan tot verlenging van een aflopend
verdrag deelt zij dit voornemen schriftelijk mee aan de Staten-Generaal en, indien
het verdrag voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldt, aan de Staten van Aruba, Curaçao
of Sint Maarten.
2 Indien binnen dertig dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling door of namens
een van de kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden
van een van de kamers, of door de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint
Maarten, de wens te kennen wordt gegeven dat het verdrag tot verlenging aan de goedkeuring
van de Staten-Generaal zal worden onderworpen, is in afwijking van het bepaalde in
artikel 7, onder e, de goedkeuring van de Staten-Generaal vereist.
3 Wanneer de regering het voornemen heeft een aflopend verdrag niet te verlengen terwijl
één of meer van de overige verdragspartijen dat verdrag wel wenst te verlengen, deelt
zij dit voornemen schriftelijk mee aan de Staten-Generaal en, indien het verdrag voor
Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldt, aan de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.
verdrag deelt zij dit voornemen schriftelijk mee aan de Staten-Generaal en, indien
het verdrag voor Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldt, aan de Staten van Aruba, Curaçao
of Sint Maarten.
2 Indien binnen dertig dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling door of namens
een van de kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden
van een van de kamers, of door de Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint
Maarten, de wens te kennen wordt gegeven dat het verdrag tot verlenging aan de goedkeuring
van de Staten-Generaal zal worden onderworpen, is in afwijking van het bepaalde in
artikel 7, onder e, de goedkeuring van de Staten-Generaal vereist.
3 Wanneer de regering het voornemen heeft een aflopend verdrag niet te verlengen terwijl
één of meer van de overige verdragspartijen dat verdrag wel wenst te verlengen, deelt
zij dit voornemen schriftelijk mee aan de Staten-Generaal en, indien het verdrag voor
Aruba, Curaçao of Sint Maarten geldt, aan de Staten van Aruba, Curaçao of Sint Maarten.