Artikel X
1. Het bestuur van een bedrijfspensioenfonds zorgt dat de deelnemers, die zijn toegetreden vóór de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel F, binnen een jaar na dat tijdstip schriftelijk op de hoogte gesteld worden van de inhoud van de in artikel 17, eerste lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetbedoelde statuten en reglementen.
2. De Verzekeringskamer stelt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet de in artikel 29, derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetbedoelde beleidsregels vast.
3. Artikel 32, zesde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetvindt voor het eerst toepassing op 1 januari volgend op de inwerkingtreding van deze wet.
4. Artikel 32b, eerste en tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetis niet van toepassing indien de deelneming is geëindigd vóór de inwerkingtreding van deze wet.
5. De statuten en reglementen van een vóór de inwerkingtreding van deze wet opgericht pensioenfonds, moeten binnen twee jaar na dat tijdstip aan het in deze wet bepaalde voldoen.
2. De Verzekeringskamer stelt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet de in artikel 29, derde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetbedoelde beleidsregels vast.
3. Artikel 32, zesde lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetvindt voor het eerst toepassing op 1 januari volgend op de inwerkingtreding van deze wet.
4. Artikel 32b, eerste en tweede lid, van de Pensioen- en spaarfondsenwetis niet van toepassing indien de deelneming is geëindigd vóór de inwerkingtreding van deze wet.
5. De statuten en reglementen van een vóór de inwerkingtreding van deze wet opgericht pensioenfonds, moeten binnen twee jaar na dat tijdstip aan het in deze wet bepaalde voldoen.