1. Deze wet is niet van toepassing op zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij de huurcommissie of de rechter aanhangig zijn.
2. Deze wet is voorts niet van toepassing op na inwerkingtreding van deze wet ingevolge
artikel 14 van de Huurprijzenwet woonruimteaan de kantonrechter gedane verzoeken tot vaststelling van de betalingsverplichting met betrekking tot de in artikel 12, eerste lid, van genoemde wet bedoelde kosten, een en ander indien de huurcommissie de zaak heeft behandeld met toepassing van genoemde wet zoals deze luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
3. Verzoeken als bedoeld in
artikel 13, eerste lid, van de Huurprijzenwet woonruimte, ter zake van betalingsverplichtingen, bedoeld in artikel 12 van genoemde wet, welke betrekking hebben op een tijdvak dat op zijn laatst twaalf maanden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is geëindigd, kunnen nog tot uiterlijk twee jaar na genoemd tijdstip worden gedaan ingeval toepassing van de
Huurprijzenwet woonruimtezoals die wet luidt met ingang van het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, zou leiden tot een kortere termijn.